14-02-2024

Een jaar lang meten op 19 binnenvaartschepen heeft een gedetailleerd inzicht opgeleverd in de emissies en de bepalende factoren daarvoor in deze transportsector. Dit zogenoemde ‘high-definitie telemetrie’-project, uitgevoerd door CoVadem, Shipping Technology, Nestra, TNO en het EICB in opdracht van de Topsector Logistiek, heeft geleid tot superieure inzichten en belangrijke conclusies.
Een van de meest opvallende bevindingen van het onderzoek – in Delft bekendgemaakt op 14 februari – is dat de tot nu toe gehanteerde kengetallen voor binnenvaartemissies leiden tot een aanzienlijke onderschatting van de daadwerkelijke emissies.
De metingen uit de praktijk tonen aan dat de emissies een factor twee tot driemaal hoger liggen dan de gangbare kentallen voor brandstofverbruik en CO₂, zoals bijvoorbeeld de kentallen die gebruikt worden in het framework van de Global Logistics Emissions Council (GLEC). Dit heeft verregaande consequenties voor bedrijven die rapporteren op basis van primaire, gemeten data volgens het CountEmission EU-protocol. Zij rapporteren hierdoor minder gunstige emissiecijfers dan bedrijven die gebruik maken van generieke, secundaire data.
Op zendingsniveau
Het onderzoek heeft tevens aangetoond dat aan de hand van scheepsdata zoals brandstofverbruik, ladinggewicht, vaarsnelheid en kielspeling, een zeer nauwkeurig beeld kan worden gecreëerd van de totale emissie en de emissies per ton en tonkilometer. Deze Key Performance Indicators (KPI’s) stellen bedrijven in staat om de uitstoot van binnenvaarttransport op zendingsniveau toe te wijzen en om onderlinge vergelijkingen te maken. Dit biedt de sector waardevolle inzichten in hoe emissies in de toekomst kunnen worden verminderd.
Verschillende factoren
Het onderzoek heeft daarnaast aangetoond dat variatie in emissies per tonkilometer significant is en dat verschillende factoren hierop van invloed zijn, zoals stroomsnelheid, kielspeling en vaarrichting. Bijvoorbeeld, vaarroutes stroomopwaarts vertonen gemiddeld een factor drie hogere CO₂-emissies per tonkilometer dan stroomafwaarts. Ook heeft het onderzoek aangetoond dat veel schepen een motor hebben met een vermogen dat groter is dan nodig, wat leidt tot onbenut vermogen en hogere emissies.
De resultaten van dit onderzoek bieden de binnenvaartsector waardevolle handvatten om emissies te verminderen en om efficiënter te opereren. De Topsector Logistiek vindt het van groot belang dat deze inzichten worden meegenomen in toekomstig beleid en dat er actie wordt ondernomen om de huidige kengetallen aan te passen aan de realiteit van de binnenvaartsector.

Onbenut motorvermogen
kost ook een vermogen
Een grotere motor betekent hogere interne verliezen en daarmee hogere emissies. De grafiek laat zien dat dit schip een aanzienlijk deel (55 procent) van het motorvermogen de hele meetperiode onbenut liet.
Wanneer dit schip een motorvermogen had van 1040 kW, in plaats van het geïnstalleerde 2200 kW, zou daarmee 51.000 liter brandstof per jaar zijn bespaard. Die besparing komt overeen met een CO₂-emissie van 177 ton en brandstofkosten van 55.000 euro. Het is dus van groot belang dat er bij de nieuwbouw van schepen of hermotorisering meer aandacht komt voor het daadwerkelijk benodigde vermogen. Ook het gebruik van hybride aandrijven, met meerder gen-sets, kan hierin mogelijk een oplossing zijn.
Een jaar lang meten op 19 binnenvaartschepen heeft een gedetailleerd inzicht opgeleverd in de emissies en de bepalende factoren daarvoor in deze transportsector. Dit zogenoemde ‘high-definitie telemetrie’-project, uitgevoerd door CoVadem, Shipping Technology, Nestra, TNO en het EICB in opdracht van de Topsector Logistiek, heeft geleid tot superieure inzichten en belangrijke conclusies.
Een van de meest opvallende bevindingen van het onderzoek – in Delft bekendgemaakt op 14 februari – is dat de tot nu toe gehanteerde kengetallen voor binnenvaartemissies leiden tot een aanzienlijke onderschatting van de daadwerkelijke emissies.
Tags
