
Tekst: Jan Schils
BRUSSEL In heel wat Europese landen is het goed mis met het onderhoud van wegen, viaducten, bruggen, dijken, kanalen en sluizen. Zelfs in een (op papier) welvarend land als Nederland (maar lang niet voor iedereen) heeft Rijkswaterstaat zich gedwongen gezien om op 9 juni jl. bekend te maken, dat het geplande groot onderhoud aan het hoofdwegennet in Groningen, Friesland en Drenthe voorlopig wordt stopgezet, eenvoudigweg omdat het geld daarvoor op is.
Dit betekent dat 92 kilometer asfalt niet wordt vervangen, 130 kilometer weg geen verjongingsbehandeling krijgt, 104 kilometer vangrails niet wordt vernieuwd en bijna 100 viaducten geen gepland onderhoud krijgen tenzij “Den Haag” te hulp schiet.
Anderzijds is het met de wegen- en waterwegeninfrastructuur in Nederland, zeker in vergelijking met Vlaanderen en Wallonië en andere Europese landen en regio’s, zeker niet zo slecht gesteld. In Vlaanderen en de rest van België liggen de wegen er veelal ronduit slecht bij. Maar ook het onderhoud en de vernieuwing van de waterwegeninfrastructuur heeft een (zeer) aanzienlijke achterstand opgelopen. De overheid is er karig met cijfers, maar volgens twee jaar oude gegevens verkeren drie op de tien bruggen en minstens vijf op de tien sluizen in een matige tot zeer slechte staat.
Ze wijst erop dat veel kunstwerken nog dateren van voor 1970 wat ertoe leidt, dat veel sluizen dikwijls totaal onverwacht defect zijn (vooral in Wallonië), waardoor tal van binnenschepen dagenlang gedoemd zijn om werkeloos aan de kant te liggen. Daarbij komt dan nog het aantal stakingsdagen van sluiswachters en bedieners van bruggen, gemiddeld 30 dagen per jaar. Een uitzondering op desastreuze cijfers is het goed onderhouden Albertkanaal, een economisch zeer belangrijke levensader, niet alleen voor Vlaanderen maar ook (bijvoorbeeld) voor de haven van Luik, de derde grootste binnenhaven van Europa.
Lees meer
Benieuwd naar het hele verhaal? Klik hier en lees het hele artikel op pagina 7 van onze e-paper.
