
TWENTE Droogte zoals we deze zomer ervaren laat zien hoe kwetsbaar de binnenvaart is voor laagwater. Volgens onderzoekers is droogte geen incident meer, maar een ontwikkeling waarmee de sector rekening moet houden. Binnen het onderzoeksproject TRIUMPH wordt daarom gewerkt aan nieuwe methoden en digitale hulpmiddelen die de binnenvaart beter moeten voorbereiden op toekomstige verstoringen.
TRIUMPH staat voor ‘Transitioning towards resilient multimodal corridors using digital twinning’, een driejarig TKI DINALOG-project (Dutch Institute for Advanced Logistics) dat wordt uitgevoerd met financiële ondersteuning van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het Twentekanaal dient daarbij als vertrekpunt en proeftuin, maar de ambitie is om de ontwikkelde methoden en digitale hulpmiddelen uiteindelijk ook toe te passen op logistieke corridors in de rest van Nederland en Europa. Anne-Ruth Scheijgrond, adviseur op het gebied van onder meer binnenvaart, logistiek en intermodaal vervoer, is een van de kartrekkers van het project.
Ook assistent-professor Sebastian Piest speelt een belangrijke rol. Volgens hem lag er geen theoretische onderzoeksvraag aan ten grondslag, maar een praktisch probleem waar de sector al jaren mee worstelt: “Het project is écht vanuit de praktijk opgezet.”
Droogte als aanleiding
Extreem laagwater is geen incident meer. De droge zomers van 2018 en 2022 legden de kwetsbaarheid van de logistieke keten bloot. Bedrijven bleken vaak onvoldoende voorbereid op langdurige verstoringen. Dat vormde de aanleiding voor het TRIUMPH-project.
“Bedrijven en ondernemers waren onvoldoende voorbereid en hadden vaak geen back-upplan”, vertelt Piest. “Juist daarom is het belangrijk om veerkrachtig te zijn en in te kunnen spelen op dit soort omstandigheden. Met het TRIUMPH-project willen we partijen helpen om situaties sneller te signaleren, erop te anticiperen, adequaat te reageren én leren van disrupties.”
Het project levert twee concrete innovaties op: een ‘resilience toolbox’, met praktische strategieën om logistieke netwerken veerkrachtiger te maken, en een ‘digital twin’ van multimodale corridors. Daarmee kunnen realtime beslissingen worden genomen en simulaties worden uitgevoerd om tot de meest geschikte vervoerscombinaties te komen voor verschillende scenario’s.
Scenario’s doorrekenen
Met de digital twin kan gezien worden als een soort digitale oefenomgeving. Verschillende scenario’s worden gesimuleerd aan de hand van instelbare parameters. Zo kan bijvoorbeeld een transport van Rotterdam naar Twente worden ingevoerd, waarbij factoren zoals de waterstand worden aangepast. Vervolgens berekent het systeem welke gevolgen dat heeft voor de logistieke keten.
Het systeem laat zien waar knelpunten ontstaan, hoeveel extra tijd een transport kost en wat de gevolgen zijn voor de doorstroming op de vaarweg. Op basis daarvan kun je als vervoerder eerder besluiten om een andere route te kiezen of met een lagere belading te varen. Daarbij speelt de betrouwbaarheid van voorspellingen een rol.
Piest: “Op korte termijn, vier tot acht uur vooruit, zijn de voorspellingen betrouwbaar. Rijkswaterstaat publiceert daarnaast ook verwachtingen voor één tot twee dagen vooruit. Daarna neemt de nauwkeurigheid vrij snel af. De uitdaging is om uiteindelijk ook vijf dagen vooruit betrouwbare voorspellingen te kunnen doen. Dat geeft bedrijven meer tijd en ruimte om daadwerkelijk aan hun veerkracht te werken.”
