
NEDERLAND Kan de binnenvaart veilig en betrouwbaar varen op diesel met een hoger aandeel FAME? Om die vraag te beantwoorden voerde TNO, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, een praktijkproef uit met drie verschillende FAME-blends: B15, B20 en B30. Daarbij werden de effecten op onderhoud, motorprestaties en betrouwbaarheid onderzocht, terwijl tegelijkertijd de brandstofkwaliteit en de ervaringen aan boord van de deelnemende schepen werden gemonitord.
De proef omvatte negen binnenvaartschepen van 86 tot 135 meter, uitgerust met Caterpillar-, Mitsubishi-, Stork-, Cummins- en Volvo Penta-motoren. In totaal werden circa 40 hoofd- en hulpmotoren gemonitord tussen medio 2024 en eind 2025. Volgens TNO draaiden alle hoofdmotoren van de negen deelnemende schepen betrouwbaar tijdens de praktijkproef.
TNO plaatst daarbij wel een kanttekening. De B20- en B30-blends werden ieder slechts op één schip getest, terwijl B15 op zeven schepen werd gemonitord. Daarnaast hebben drie van de negen schepen korter dan zes maanden deelgenomen aan de proef. De periode van de andere schepen lag tussen de zes maanden tot meer dan een jaar.
Brandstofkwaliteit onderzocht
Om de kwaliteit van de brandstof te beoordelen, werden tijdens de praktijkproef tientallen brandstofmonsters genomen. Een deel daarvan werd bemonsterd vóór het bunkeren en een deel aan boord van de deelnemende schepen. Zo kon TNO beoordelen of de brandstofkwaliteit gedurende de keten veranderde. Uit de analyses blijkt dat de brandstof over het algemeen voldeed aan de geldende Europese normen. Wel werden bij de hogere FAME-blends enkele afwijkingen gemeten die onder bepaalde omstandigheden kunnen bijdragen aan filterverstopping.
Juiste voorbereiding
Volgens TNO waren vooraf slechts beperkte technische aanpassingen nodig. Bij drie schepen moest de bemanning voorgelicht worden over het gebruik van de FAME-blend. Daarnaast moest bij twee schepen het filtersysteem aangepast worden en bij een schip werden vooraf de bunkertanks gereinigd. Bij vier schepen zijn voorafgaand aan de proef expliciet afspraken gemaakt met de dealer en/of verzekeraar. “Al met al kan op basis van de praktijkproef geconcludeerd worden dat toepassing van hogere blends in de range van B15 tot B30 mogelijk is”, laat TNO weten, maar: “Verschillende controles en voorbereidingen door de scheepseigenaren en boordpersoneel zijn belangrijk om eventuele risico’s tot een minimum te beperken.”
Problemen in praktijk
Tijdens de proef deden zich wel enkele ‘onregelmatigheden’ voor. Zo werd op een schip bij een hulpmotor rookvorming en versnelde slijtage aan de injectoren geconstateerd. Nadat werd overgeschakeld op reguliere diesel, zonder FAME, verdwenen deze problemen. Daarnaast melden drie schepen verstopping van brandstoffilters, waardoor het motorvermogen afnam. Bij een hulpmotor leidde dit zelfs tot stilstand. Deze problemen konden verholpen worden door het brandstoffilter te vervangen of over te schakelen op brandstof met een winterspecificatie.
