07-02-2022

TNO heeft in opdracht van de Vereniging van Waterbouwers de duurzaamheidsopties voor de binnenlandse waterbouwvloot in kaart gebracht. Een reductie van 55 procent CO₂ en 60 procent aan stikstof in 2030 wordt haalbaar geacht.
”Dit onderzoek geeft een representatief beeld van de veelzijdigheid van de vloot en de mogelijkheden van verduurzaming op korte (tot 2025) en lange (tot 2030/2035) termijn. Het maakt inzichtelijk wat de mogelijkheden zijn om te verduurzamen en welke kosten en uitstootreductie dat met zich meebrengt”, aldus voorzitter Hendrik Postma.
TNO adviseert op basis van de onderzoeksresultaten om verschillende ‘ingroeipaden’ te hanteren. De diversiteit van de a-typische vloot vereist een gedifferentieerde aanpak, waarin voldoende tijd en ruimte geboden wordt om bestaande motoren te verduurzamen, nieuwe motoren in bestaande schepen in te bouwen of nieuwbouw van schepen te realiseren.
Daarnaast adviseert TNO om keuzes te maken in investeringen. Vanwege de lange levensduur en hoge investeringskosten is het onrealistisch en niet duurzaam om verduurzamingsopties, die niet complementair zijn, te implementeren. “Er moeten keuzes gemaakt worden in korte of lange termijn opties. Het is bijvoorbeeld onverstandig om nu nog te investeren in een nieuwe Stage V-motor als over enkele jaren een zero-emissie batterij/elektrische motor wordt gezien als gewenste optie”.
Op basis van de diversiteit aan schepen en drijvende werktuigen, zijn meerdere transitiepaden opgesteld. “Uit het onderzoek komt naar voren dat het mogelijk is voor de zoete waterbouwvloot om de ambities, die ook door het nieuwe kabinet omarmd worden, met betrekking tot de 55 procent CO₂-reductie in 2030 en 60 procent stikstofreductie in 2030, te behalen, mits wordt voldaan aan een zestal randvoorwaarden”, geeft Postma aan.
Hogere waardering
“Investeringsperspectief bieden aan bedrijven en een doorvertaling van duurzaamheid in aanbestedingen, door middel van een hogere waardering, zijn noodzakelijk. Daarnaast moeten we ons realiseren dat we ons in een transitiefase bevinden, waarin veel ruimte moet zijn voor innovaties, zodat deze later opgeschaald kunnen worden. De overheid moet deze tijd benutten om wet- en regelgeving tijdig aan te passen om nieuwe technieken toe te kunnen passen. Tenslotte zijn voldoende infrastructurele voorzieningen ook een belangrijk uitgangspunt om te kunnen verduurzamen. Denk aan een toereikende laad- en bunkercapaciteit en de beschikbaarheid van voldoende geavanceerde biobrandstoffen.”
TNO heeft in opdracht van de Vereniging van Waterbouwers de duurzaamheidsopties voor de binnenlandse waterbouwvloot in kaart gebracht. Een reductie van 55 procent CO₂ en 60 procent aan stikstof in 2030 wordt haalbaar geacht.
”Dit onderzoek geeft een representatief beeld van de veelzijdigheid van de vloot en de mogelijkheden van verduurzaming op korte (tot 2025) en lange (tot 2030/2035) termijn. Het maakt inzichtelijk wat de mogelijkheden zijn om te verduurzamen en welke kosten en uitstootreductie dat met zich meebrengt”, aldus voorzitter Hendrik Postma.
Tags
