Overslaan en naar de inhoud gaan
Column Ynke Ooijkaas

Recht in Zicht: Niet gekeurd...

John Greeve heeft altijd een bootje erbij gehad. Zijn ‘Tedesca’ van 28 meter, een oude Katwijker, is prima onderhouden. De afgelopen jaren heeft John het erg druk gehad. Zo kon het gebeuren dat het inmiddels 2019 is en de ‘Tedesca’ nog niet gekeurd is. Het oude CvO is verlopen. John weet niet of hij zich nou ernstig zorgen moet gaan maken of niet en belt zijn advocaat mr Lex Specialis eens op.

Mr Specialis legt uit. Op basis van Europese regels gelden bepaalde uitgangspunten:


-    Als een certificaat is verlopen, moet het als verloren worden beschouwd; een schip moet dan worden gekeurd als ware het een nieuw schip;
-    Overgangsbepalingen zijn alleen van toepassing op schepen die in de vaart zijn en die een geldig certificaat hebben dan wel waarvan het certificaat op het moment van de aanvraag voor her-certificering niet langer dan een certificaatperiode verlopen is. Een schip kan zonder de vereiste certificaten niet in de vaart zijn;
-    Overgangsbepalingen mogen alleen worden toegepast als er een geldig certificaat is;
-    Gedurende een overgangsperiode tot 1 februari 2020 kan nog aanspraak op overgangsbepalingen worden gemaakt, indien het schip al beschikt over een certificaat dat op het moment van de aanvraag voor her-certificering niet langer dan één certificaatperiode is verlopen. De geldigheidsduur van het certificaat wordt daarbij bepaald als bij verlenging; ingaand vanaf de droogzetting.


Pleziervaartuigen in de vaart gekomen voor 2009, konden tot 30-12-2018 gebruikmaken van de overgangsbepalingen als zij geen ‘klaarblijkelijk gevaar’ opleveren. Van klaarblijkelijk gevaar kan sprake zijn, als er iets aan de hand is met de structurele eigenschappen (cascodikte, stuurwerk, vrij zicht, brandveiligheid etc), de vaar- of manoeuvreereigenschappen (kan met proefvaart worden bekeken) of bijzondere kenmerken genoemd in Bijlage II. 


Als een schip gekeurd is en een CvO heeft, mag het varen binnen de in het certificaat aangegeven EU- vaargebieden. Als een schip wel tijdig is aangemeld maar de keuring heeft om de een of andere reden nog niet plaatsgevonden, dan wordt met de aanvrager een termijn afgesproken waarbinnen het schip gecertificeerd kan worden. Als de eigenaar het schip wil blijven varen in Nederland, moet hij wel een verklaring van opdracht kunnen tonen, waarin de gegevens van de eigenaar en het ENI-nummer staan vermeld en ook dat het onderzoek voor een bepaalde datum (uiterlijk 1 december 2019 en op afroep van het keuringsbureau beschikbaar) wordt gehouden.

Tijdig
Als de keuring tijdig – dat wil zeggen dat de aanvraag moest zijn ingediend voor 1 november 2018 –  is geregeld, vormt het ‘geen klaarblijkelijk gevaar’-criterium de norm voor keuring. Men hoeft dan niet aan de nieuwe technische eisen te voldoen. Wel krijgt men een CvO met als ingangsdatum december 2018 (dus niet geldig vanaf datum keuring in 2019!).

Als u met een pleziervaartuig (of drijvend werktuig) na 30 december 2018 geen certificaat of verklaring voor certificeringsaanvraag kunt tonen, bent u in overtreding. De wijze waarop IL&T gaat handhaven, is nog niet bekend. Wel is bekend dat u – als man wil blijven varen – alsnog moet gaan certificeren en dan aan alle eisen genoemd in de ESTRIN 2017 moet voldoen.


John krabt zich nog eens ernstig achter de oren; dit heeft hij allemaal niet zien aankomen. Maar er is hoop; zijn redding zou wel eens kunnen zijn het feit dat de ‘Tedesca’ al een certificaat had, maar dat dit niet langer dan een certificaatperiode is verlopen. Wanneer hij vóór 1 februari 2020 herkeuring aanvraagt, kan de keuring toch nog volgens de overgangsbepalingen gebeuren.

 

Ynke Ooijkaas is advocaat bij Boonk Van Leeuwen Advocaten te Rotterdam en gespecialiseerd in vervoers-, binnenvaart- en handelsrecht. Ze geeft juridische ondersteuning aan diverse binnenvaartorganisaties alsook aan de zogenaamde ‘bruine vloot’.

leaderboard