Overslaan en naar de inhoud gaan
vignet

RECHT IN ZICHT: Een eigen huis…

Sjon Merkx heeft jaren met zijn vrouw Paulien gevaren op het ms Vredebracht. Ze hebben samen de scheepvaartondermening vof Vredebracht. Op enig moment kwamen er kinderen en de tijd samen aan boord was heerlijk. Maar toen de kinderen naar school moesten, gingen de kinderen en Paulien aan de wal en begon de verwijdering.

Nu, vier jaar later, zijn Sjon en Paulien dusdanig uit elkaar gegroeid dat hun huwelijk voorbij is. Het einde van het huwelijk betekent scheiden. Omdat Sjon zelfstandig ondernemer is, hebben Sjon en Paulien bij hun trouwen huwelijkse voorwaarden opgesteld. In de huwelijkse voorwaarden staat in dit geval vermeld dat bij echtscheiding wordt afgerekend alsof partijen in gemeenschap van goederen waren gehuwd. Dat betekent dat alles wat Sjon en Paulien hebben fifty-fifty wordt gedeeld.

Veel kan in goede harmonie opgelost worden, maar er ontstaat discussie over de echtelijke woning aan de wal en de woning aan boord. Paulien meent dat Sjon al een woning aan boord heeft; daarom wil zij met de kinderen voorlopig de woning aan de wal krijgen. Hoe zit dat nu met deze twee woningen, zijn ze gelijk te beoordelen?

De woning aan boord van het schip is een woning die qua functie (bewoning) onlosmakelijk verbonden is met het schip. De woning kan niet door derden worden bewoond of aan derden worden verhuurd: het is een bedrijfswoning. Bij echtscheiding moeten partijen flexibel zijn, en dat betekent dat Sjon bijvoorbeeld gevraagd kan worden om langere tijd aan boord te verblijven totdat Paulien met de kinderen andere woonruimte heeft gevonden.
Op de lange termijn kan Sjon niet verplicht worden genoegen te nemen met de woning aan boord. Een schipper hoeft niet altijd aan boord van zijn bedrijfsmiddel te zijn. Sjon heeft bij de verdeling evenveel recht op de woning als Paulien.
Sjon en Paulien ruziën over de inhoud van de woning aan de wal. Paulien kan de woning uiteindelijk niet kopen. Sjon wil de woning wel kopen en dan moet hij Paulien uitkopen. Als partijen het niet eens worden over de waarde van de woning, is het gebruikelijk om de woning door een makelaar te laten taxeren.

Een voorbeeld
Stel: de woning wordt getaxeerd op 400.000 euro. Bij een hypotheekschuld van 300.000 euro heeft de woning 100.000 euro overwaarde. Hiervan is 50.000 voor Sjon en 50.000 voor Paulien. Als Sjon de woning wil kopen, moet hij Paulien haar deel in de overwaarde, dus 50.000 euro uitbetalen.
Paulien heeft belang bij een zo hoog mogelijke waardering van de woning aan de wal. Volgens Paulien hoort de ruimte met daarin de wasmachine, fietsen en meer bij het woonoppervlak. Sjon is van mening dat het hier gaat om een schuur.

Bij de waardebepaling van een woning aan de wal is onder meer de hoeveelheid woonoppervlak belangrijk. Woonoppervlak is vaak meer waard dan ‘overige inpandige ruimte’. Denk bij ‘overige inpandige ruimte’ aan een enkelsteens gebouwde ruimte zonder isolatie en/of verwarming die in gebruik is als berging, kelder, fietsenstalling of garage (zie ook ‘meetinstructie bruto-inhoud woningen juli 2019’).

In een poging de ruzie praktisch op te lossen, besluiten Sjon en Paulien ieder een eigen taxatie te laten doen. De beide taxatiewaarden worden opgeteld en gedeeld door twee. De uitkomst daarvan wordt door hen aangehouden als waarde van de woning.

leaderboard