Overslaan en naar de inhoud gaan
RECHT IN ZICHT: ‘Bezint eer gij begint te tornen…’

RECHT IN ZICHT: ‘Bezint eer gij begint te tornen…’

Piet Pieters vaart samen met zijn matroos Henk op het ms ‘Codama’. Op een zonnige dag vaart hij stroomafwaarts op een druk stuk rivier. Hij let, wellicht wat slaperig geworden door de warmte, niet goed op en vervolgens dreigt, na een verkeerde manoeuvre, een aanvaring. Het lukt hem ternauwernood die te voorkomen door het schip op een krib te zetten. In de buurt zit een sleep- en bergingsbedrijf, maar na een beetje te zijn bijgekomen van de schrik, besluit Pieters eerst contact op te nemen met zijn verzekeraar. Die meldt dat er vlak boven hem een collega vaart die misschien wel wil helpen…

Via de marifoon legt Pieters contact met zijn collega Harm Harmsen van het ms ‘Doornbos’. Die kan binnen een kwartier bij hem zijn. Zodra de Doornbos er is, wordt een lijn over gegooid voor een eerste tornpoging. Er lijkt beweging in de Codama, te komen, maar dan ineens valt het schip schuin, klinkt er een hels lawaai en realiseert Pieters zich dat de kans groot is dat het schip, door de kracht waarmee het over de stenen is getrokken, is lekgeraakt. Ook aan boord van de Doornbos is het mis. De torndraad is geknapt en het schip heeft schade.
Pieters belt direct weer met zijn verzekeraar. Die laat nu snel de berger komen. ’s Avonds maken de schippers de schade op: zowel de Codama als de Doornbos hebben schade.

Hoe nu verder?
Pieters overlegt met zijn verzekeraar. Die wijst hem erop dat hij als schipper verantwoordelijk is wie hij inschakelt om hem te helpen. Als een schip daarvoor niet geschikt is, de schipper weinig ervaring heeft met tornen of het schip geen sleepaantekening op zijn certificaat heeft, is dat het probleem van Pieters en niet van de verzekeraar.


Ook Harmsen meldt de schade bij zijn verzekeraar. Na de oproep van Pieters besloot hij een collega in nood te helpen en zo ook nog mooi een centje bij te verdienen. De eerste vraag van de verzekeraar is of het schip van Harmsen gecertificeerd is om te tornen. Heeft hij een aantekening op zijn certificaat dat het schip geschikt is om te slepen? Dat heeft Harmsen niet. Het schip was dus niet geschikt om te slepen en in dergelijke gevallen is de schade niet gedekt.


In geval van directe nood kan, mag en moet iedereen gelijk hulp verlenen. Wanneer er echter geen sprake is van direct gevaar, is het verstandig na te gaan of de mensen en/of schepen die worden ingezet voor hulpverlening, daar voldoende voor geschikt zijn. Het kan altijd misgaan tenslotte…

Ynke Ooijkaas is advocaat bij Boonk Van Leeuwen Advocaten te Rotterdam en gespecialiseerd in vervoers-, binnenvaart- en handelsrecht. Ze geeft juridische ondersteuning aan diverse binnenvaartorganisaties alsook aan de zogenoemde ‘bruine vloot’.

leaderboard