Overslaan en naar de inhoud gaan
Roeland en Veronica van Basten Batenburg en de Veronica.
Roeland en Veronica van Basten Batenburg en de Veronica. “Het is belangrijker met wie je vaart dan waarop je vaart”.
Goed dragende spits voor drogere Franse kanalen

“Wij dragen beter dan vergelijkbare Nederlandse of Belgische spitsen

Roeland en Veronica van Basten Batenburg zijn terug in de binnenvaart, opnieuw met een spits die Veronica heet.

HEERE HEERESMA JR

Schippers, zorg dat u altijd een voorraad Babybel-kaas aan boord heeft, want bij een lek kan dat uw schip redden, zo ondervonden Roeland en Veronica van Basten Batenburg toen hun spits Veronica vorige Kerstavond onder de waterlijn een gat in de romp opliep. “Net na sluis Bellerive wilden we gaan liggen”, vertelt Veronica. “We waren geladen met rollen plaatstaal. Op een gegeven moment bleek het toch wat ondiep te zijn en daardoor liet het schip zich slecht sturen. We dreven langzamerhand tegen het passerelletje aan en daar bleek onder water iets uit te steken. Toen hadden we een grote voor in de zij en een klein gaatje.

We zorgen dat we altijd Babybel-kaas aan boord hebben, want met de was waarin dat verpakt zit kun je heel goed gaatjes dichten. Dat laat zich heel goed kneden. Roeland is gauw het ruim in gegaan en heeft hem met de Babybel en een stempel waterdicht gekregen”. Inmiddels is de schade op de werf gerepareerd.

Roeland van Basten Batenburg (1958) en zijn echtgenote Veronica van Elsen (1957) zijn sinds 1983 actief in de binnenvaart. Van 1987 tot 1991 hadden ze een spits, die ook Veronica heette. Na een carrière aan de wal, kochten ze de huidige Veronica en varen voor de ELV. Roeland is van huis uit fotograaf, Veronica werkte in de gezondheidszorg. “De fotografie betaalde toen al niet zo goed”, vertelt Roeland. “En de gezondheidszorg betaalde ook geen drol”, vult Veronica aan. Toen het tussen de jong geliefden serieus werd, ging Roeland op zoek naar beter betaald werk. Op het jacht van zijn vader, een tjalk, had hij al belangstelling voor de binnenvaart gekregen. In Weekblad Schuttevaer bood hij zich als leerling-matroos aan om te zien of de binnenvaart wat voor hem was. Hij kreeg een reactie van schipper Adrie van der Klei van de 80-meter Henma. Roeland stapte in Antwerpen aan boord om kennis te maken. “Ik wist niet dat je aan boord je schoenen uitdoet”, lacht Roeland. “Ze lagen aan een kolenkade en ik had niet door dat ik een spoor trok over hun hoogpolig tapijt”. Toch klikte het meteen tussen Roeland en Adrie en zijn vrouw Dora. “Op de tweede nacht voer ik al op de radar, terwijl Adrie achter me op de bank lag te slapen”.

Stookolievaart

De binnenvaart beviel Roeland en Veronica uitstekend. “Ik wilde verder, maar dan wel als kapitein. En het moest op een spits wezen”. In 1987 kochten Roeland en Veronica de spits Gemini van schipper Buitjens. Het was een goed doorgerepareerde spits uit 1957, maar zonder kopschroef, radar of piloot. “Het was een voor die tijd goede spits”, aldus Roeland. Ze hadden wat van het geld dat Roeland op de Henma verdiende opzij kunnen leggen. “We konden het toch niet uitgeven, want we waren altijd aan boord”, lacht Veronica. Helaas paste de bank bij de financiering een verdeelsleutel voor een veel groter schip toe, wat hen uiteindelijk zou opbreken.

Ze gingen voor bevrachter Overmeer op Duitsland varen. Na een reis van Oldenburg naar Saint-Satur waren ze definitief voor het varen op Frankrijk gewonnen. “We kwamen in het begin van de zomer aan en retourvracht was er niet, want die stond op het land te groeien. We hebben daar zes weken gelegen met andere schepen en dus alle tijd om samen te buurten en de schepen in de verf te zetten”.

Roeland en Veronica gingen via de beurs op Frankrijk varen, maar de inkomsten waren toch wat te dun voor het krediet dat ze hadden. Daarbij kwam dat ze hun zoon en dochter niet op een internaat wilden doen. De eerste Veronica ging de sloopregeling in en Roeland ging via uitzendbureau Swets afloswerk doen. “Dat soort afloswerk, daar word je niet vrolijk van”, vertelt Roeland. “Je komt op de meest verschrikkelijke schepen terecht, waar ze iemand voor een paar dagen zoeken”. Op de Twin, twee aan elkaar gelaste 80-meter tankers van samen zestien meter breed, had hij het wel naar zijn zin. Niet vanwege het schip, maar vanwege de ploeg. “Het is belangrijker met wie je vaart dan waarop je vaart”. Hij beleefde avonturen in de stookolievaart. “Het is een harde wereld, er gaat veel geld in om. Je moet niet teveel aan je baan hangen wil je een beetje tegenkracht kunnen geven aan je werkgever”.

Leughenaer

Er volgde een periode waarin Roeland en Veronica aan de wal werkten. Roeland maakte carrière in de IT en bracht het tot Senior Software Test Engineer bij SWIFT in België, Veronica tot teamleider bij GE Health Care. Ze verdienden zeer goed en woonden prachtig. Toen de kinderen zelfstandig waren – zoon Sean is IT’er, dochter Nathalie leerling-rondvaartschipper in Amsterdam – gingen ze zich op een nieuwe spits oriënteren. 

“We wilden graag een schip dat goed draagt, omdat de kanalen steeds droger worden”. Ze keken eerst op de Facebookpagina Ventes Battelerie, waarop schippers zelf hun schip aanbieden, maar vonden via makelaar Nemo de spits Leughenaer van de Franse schipper Delplace uit Arleux. Een foto met de drie bolders voorop maakte een goede indruk. “Als iemand de moeite neemt een derde bolder te plaatsen, heeft hij al andere dingen gedaan”, zegt Roeland. De in 1959 bij Defernez in Estivelles als de German gebouwde Veronica (39,25 x 5,07 meter, 387 ton, 405 pk Scania) is vierkant en met een huid van vier millimeter licht gebouwd. “Met 250 ton zitten wij op 1,85 meter”, zegt Veronica. “Je kunt zeggen dat we beter dragen dan een vergelijkbare Nederlandse of Belgische spits”, vult Roeland aan. Voor de financiering klopten ze aan bij Kapitaal op Maat, wat hen erg goed beviel. Binnen drie uur haalden ze de gevraagde 60.000 euro op, een record.
 

leaderboard