Overslaan en naar de inhoud gaan
cobnt
Containerbinnenvaart: meer bundelen en varen in driehoekjes.
'Ander gebruik van hele logistiek systeem'

Verladers en overheden willen doorbraak in modal shift forceren

Ondernemers en managers van handels-, productie- en logistieke bedrijven denken steeds bewuster na over de aanvoer en bezorging van hun goederen. De noodzakelijke reductie van CO₂/ NOₓ in het goederenvervoer en de afname van beschikbare wegcapaciteit, vraagt om een ander gebruik van het hele logistieke systeem. Dat stelt verladersorganisatie evofenedex in een vandaag uitgegeven verklaring.

Om daar alvast een begin mee te maken, zijn op 9 en 10 maart in Bergambacht zo’n 45 organisaties bij elkaar gekomen uit de wereld van vervoerders, handels- en productiebedrijven, terminals, havenbedrijven, koepel- en belangenorganisaties én overheden. Op het menu stond ‘het forceren van een doorbraak’ in de zogenoemde modal shift van containervervoer over de weg naar het water over de hoofdcorridors Oost (Rotterdam-Duisburg) en Zuidoost (Rotterdam-Venlo) – middels concrete toepassingsprojecten.

De initiatiefnemers van de bijeenkomst zijn de combinatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat – inclusief Rijkswaterstaat - tezamen met de marktpartners Logistieke Alliantie, Connekt, Lean & Green en de Topsector Logistiek. Hun gezamenlijke ambitie is om in de komende periode tot aan 2025 vanuit concrete toepassingen dagelijks 2.000 containers van het wegvervoer naar de binnenvaart over te hevelen.

Bundelen

Er zijn drie oplossingsrichtingen besproken. Allereerst betreft dat het bundelen van alle vervoersbewegingen: ‘Varen in driehoekjes’. De aan- en afvoer van lege en geladen containers gebeurt bij voorkeur door handels- en productiebedrijven met vestigingen dichtbij overslagterminals. Regionale samenwerkingsverbanden moeten de eventuele mismatch van vraag en aanbod (leeg en beladen) compenseren.

Verder zouden er frequente binnenvaart-lijndiensten moeten worden opgezet. Met een hogere frequentie dan momenteel en met variëteit aan capaciteit, voor zowel lege als beladen containers. Primair betrokken zijn daarbij de overslagterminals, reders en de binnenvaartschippers. Lege containers moeten sowieso van de weg en uit de spits worden gehaald: dat vereist een versterking van de depotfunctie van overslagterminals.

Frites-express

Twee concrete voorbeelden van voorgenomen projecten zijn aan e orde gekomen. Dat betreft allereerst de casus ‘Frites-express’ (tussen Kloosterboer en McCain). In de huidige situatie produceert McCain frites in Lewedorp (Zeeland), terwijl het centraal warehouse Noord-Europa (vrieshuis) door Kloosterboer wordt geopereerd in Lelystad. Dat vereist 4.500 ritten per truck per jaar tussen Zeeland en Lelystad. Daarnaast zijn er jaarlijks 2.500 ritten vanuit Rotterdam naar Lelystad om de containers te laden.

De verwachting is dat er later op deze corridor ook nog andere producten in containers vervoerd gaan worden die ook geplugd moeten worden, zoals uien en zuivel). Dat zijn op jaarbasis zo’n 4.000 containers, die momenteel over de weg gaan.

De nieuwe situatie: reefercontainers gebruiken voor transitie ‘frites express’-transport op de route Lewedorp (Zeeland)-Lelystad. Vanuit Vlissingen een barge (met plugs) met ‘frites express’ containers laten varen (in samenwerking met Honkoop Barging). Vervolgens gaan volle exportcontainers vanuit Lelystad weer naar Rotterdam.

Twee binnenvaartschepen verzorgen de lijndienst. Betrokken partijen zijn: Kloosterboer, McCain, verladers uien en aardappelen, containereigenaar, Honkoop Barging (rederij), terminal Alblasserdam (CTU, BCTN), wegbeheerders Rijkswaterstaat en der provincies Zeeland en Zuid-Holland (verminderd weggebruik). Dat zou gaan om minstens 20.000 ritten van 250 kilometer = 5 miljoen km, 10 ton per rit, 0,064kg/ton-km = 3.200 ton CO₂ besparing per jaar.

Heineken-CCT

In de huidige situatie laat Heineken zijn containers gevuld met bier nu van de brouwerij in Zoeterwoude via het Alpherium naar Rotterdam varen. Zeven kleine schepen/dag van 100 teu, 1.000 afvaarten per jaar. Lege containers worden van Rotterdam naar het Alpherium teruggevaren. Nieuwe bierflessen worden per vrachtwagen van Moerdijk (glasfabriek) naar de brouwerij in Zoeterwoude gebracht. Probleem van CCT Moerdijk - als onderdeel van de West-Brabant Corridor (WBC) - is dat er veel lege containers terug naar Rotterdam moeten: 200.000 per jaar vol van Rotterdam naar CCT en 150.000 leeg terug. De resterende 50.000 gaan naar Duitsland. Terugbrengen van lege containers maakt het voor de binnenvaart onrendabel.

Nieuwe situatie: laat alle lege containers van WBC (= terminals in Oosterhout, Tilburg en Moerdijk – te weten 50.000 per jaar) van Moerdijk naar het Alpherium varen. Dat elimineert de retourstroom over de weg van lege containers naar Rotterdam - wat jaarlijks 100.000 ritten over de weg scheelt. Er wordt als het ware een ‘driehoekje’ gemaakt: volle Heineken-containers van Alpherium naar Moerdijk, volle containers van Rotterdam naar Moerdijk, lege containers van Moerdijk naar Heineken, daar weer vullen, et cetera. Dat voorkomt ook lege containers van Rotterdam terug naar Heineken.

leaderboard