Overslaan en naar de inhoud gaan
Subsidies in de binnenvaartsector zijn meestal gericht op onderwerpen zoals innovatie en duurzaamheid.

'Subsidies helpen de sector vooruit'

Met enige regelmaat vallen subsidies ten deel aan de binnenvaartsector. Deze zijn meestal gericht op onderwerpen zoals innovatie en duurzaamheid. Ondernemers hebben daar uiteindelijk allemaal profijt van. Het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB) legt uit op welke manier. 


Het onderwerp subsidies leeft bij binnenvaartondernemers. Welke subsidies zijn op dit moment beschikbaar? En onder welke voorwaarden kan een ondernemer daarop een beroep doen? “Wij worden inderdaad regelmatig benaderd door binnenvaartondernemers met de vraag of ze in aanmerking komen voor subsidie”, bevestigt Bas Kelderman. De senior projectmanager van het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB) heeft vanuit zijn positie goed zicht op actuele subsidiemogelijkheden en het nut ervan. “We zijn bij het EICB betrokken bij innovaties, dikwijls in de vorm van projecten. Dan gaat het over bijvoorbeeld de inzet van nieuwe technische oplossingen. Denk aan de toepassing van EURO VI vrachtwagenmotoren in een binnenvaartschip. Typisch voor nieuwe technische oplossingen is onzekerheid over de mate waarin extra investeringen terugverdiend kunnen worden. We spreken in dat opzicht ook wel over onrendabele toppen”. Als voorbeeld memoreert hij aan de inzet van LNG-aandrijving enige jaren terug. “De meerkosten van de aangepaste installatie werden op dat moment niet gerechtvaardigd door de terugverdientijd. In dat geval heeft subsidie geholpen om de investeringsdrempel te verlagen, zodat projecten toch doorgang konden vinden”.


Kennisdeling
Hij wijst erop dat veel subsidies specifiek bedoeld zijn om innovators op gang te helpen. “Is een techniek eenmaal bewezen, dan komt het over het algemeen niet langer in aanmerking voor subsidies onder de vlag van innovatie. Bij de toepassing van een reeds beproefde aanpak gaat het namelijk om exploitatie. En of exploitatie op de langere termijn kostendekkend is, wordt bepaald door de wetten van de markt”. 


Heeft een techniek zich eenmaal voldoende bewezen, dan wordt een stadium bereikt waarbij koplopers – innovators – hun opgedane kennis moeten delen met derde partijen, conform de voorwaarden waaronder de subsidie is verleend. “Kennis die werd opgedaan bij innovatieve LNG-projecten is op die manier gebruikt voor een Total Costs of Ownership-model”, weet Kelderman. “Iedere geïnteresseerde kan daar in principe gebruik van maken via de website van EICB. En op die manier leren wat het effect van die toepassing zou zijn op de eigen situatie. De mogelijke early adopters en latere groepen profiteren op deze manier van de kennis die is opgedaan door de investeringen, gepleegd met behulp van eenmalige subsidie door de innovators”.


Voor zover subsidies niet voorzien in verlaging van investeringskosten, is het volgens Kelderman overigens zinvol om te bekijken of er fiscaal voordeel te behalen is. Bijvoorbeeld via de MIA/Vamil-regelingen of de Energie Investeringsaftrek (EIA). Eens per jaar vraagt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) aan de sector om ideeën aan te dragen, die kunnen worden meegenomen in de laatstgenoemde regeling. Met name fabrikanten kunnen hier hun voordeel mee doen, door langs deze weg de aanschafprijs van hun product in de praktijk naar beneden te brengen zonder daar zelf nadeel van te ondervinden.


Overtekening
Het EICB vervult een belangrijke loketfunctie bij de uitvoering van twee subsidieregelingen in de binnenvaartsector. “Wij spelen een rol als uitvoerende partij van een paar subsidieregelingen: de Innovatie Duurzame Binnenvaart-regeling van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Stimuleringsregeling van het Havenbedrijf Rotterdam”, beaamt Kelderman. “Onze rol bestaat uit het beantwoorden van vragen van mogelijke aanvragers, beoordelen van aanvragen op compleetheid, het nader toelichten van subsidiabele activiteiten en het bijeenroepen van een onafhankelijk Innovatieraad. Die bestaat uit experts en zij besluiten uiteindelijk welke projecten worden gehonoreerd en welk bedrag aan subsidie wordt toegekend”. 


De regelingen over 2018 zijn intussen gesloten. Tientallen projectvoorstellen zijn ingediend, die gezamenlijk een waarde van vele miljoenen representeren. Kelderman constateert een sterke toename van de mate van overtekening ten opzichte van de jaren hiervoor. En hoewel nee verkopen aan indieners geen pretje is, interpreteert hij dit toch als een positieve ontwikkeling. “De subsidieregelingen waar wij als EICB bij betrokken zijn stimuleren ontwikkelingen in een pre-competitief stadium. De bijbehorende budgetten dragen aldus bij aan nieuwe ontwikkelingen waarbij theoretische inzichten vertaald kunnen worden naar praktijksituaties, bijvoorbeeld door demonstraties. Op de langere termijn leidt deze aanpak tot een toename van beproefde, beschikbare technieken voor de markt als geheel”.

Bas Kelderman: “Marktpartijen willen merkbaar de schouders eronder zetten en nieuwe oplossingen ontwikkelen”.


Keerzijde
De overtekening van de regelingen legt ook nog iets anders bloot. “Het is de vraag of het huidige aanbod van innovatiesubsidies voldoende kan aanklampen bij het versnelde tempo van de innovatiebehoefte in de sector. Goede projectvoorstellen krijgen nu soms geen subsidie, omdat er net een paar bétere voorstellen hebben meegedongen. Maar dat neemt niet weg dat zo’n projectvoorstel kwalitatief goed is. Alleen dwingt het budgetplafond tot het maken van keuzes”.


Kelderman noemt dat de keerzijde van succes. “Onder invloed van een steeds concreter perspectief, bijvoorbeeld op het gebied van accu-elektrisch varen of waterstof, komt op dit moment een grote hoeveelheid energie los bij marktpartijen. Zij willen merkbaar de schouders eronder zetten en nieuwe oplossingen ontwikkelen. Ondernemerschap neemt dientengevolge een nieuwe vlucht. Dat heeft positief effect op potentiële eindgebruikers, de binnenvaartondernemers, die straks kunnen kiezen uit een breed pakket aan maatregelen. En daarmee kunnen ze hun duurzame ambities als ondernemer invullen. En, niet onbelangrijk, door toename van dat aanbod valt ook de kostprijs lager uit”. En daarvan, analyseert Kelderman, profiteert uiteindelijk de hele sector. 

 

leaderboard