Overslaan en naar de inhoud gaan
brug
In het voorjaarszonnetje op de Willemskade (vlnr): Ali Maswy, Yahya Bitar en Erik Soeteman: “Zij wéten wat varen is”.
Onderaan beginnen met klusjes in de machinekamer

Statushouders aan de slag op de binnenvaart

Druppelsgewijs weten steeds meer oorlogsvluchtelingen de weg te vinden naar de binnenvaart. Ze worden hierbij geholpen en ondersteund door veelal kleine bedrijfjes, zoals het in Rotterdam gevestigde adviesbureau Emprove. Aanvankelijk vooral gericht op veiligheid en kwaliteit binnen met name de tankvaart, is dit bureau enkele jaren geleden in het gat gesprongen van het schreeuwende personeelsgebrek.

MARK VAN DIJK

“Er zijn enorme tekorten en het gaat dan vooral om kwalitatief goed geschoolde en gemotiveerde bemanningsleden”, vertelt Emprove-adviseur Erik Soeteman (41), die twee weken geleden zijn eerste Syrische statushouder aan een matroosdiploma én een betaalde baan in de binnenvaart heeft geholpen. Met datzelfde doel voor ogen zitten vier cursisten nu ergens aan boord en stromen er drie nieuwelingen in.
Vandaag zit Soeteman in het voormalige Shellgebouw aan het Hofplein rond de tafel met twee Syrische nieuwkomers in de praktijkopleiding: volleerd zeevaartkapitein Yahya Bitar (37) en stuurman Ali Maswy (24) – beiden afkomstig uit de Syrische havenstad Latakia. Inmiddels wonen ze met hun gezinnen in respectievelijk Hoogkarspel en Hoorn.


“Zij wéten wat varen is”, vertelt Soeteman met enige trots in zijn stem over de cursisten. Hij kan het weten, als oud-schipper en voormalig vlootmanager van de Zwitserse tankrederij Fluvia. Soeteman is anderhalf jaar geleden voor zichzelf begonnen. De link tussen het kwaliteitsbureau en de arbeidsbemiddeling is eigenlijk bij toeval ontstaan, doordat Emprove-oprichter Maurits van der Linde (ook bekend van het Platform Zero Incidents) als vrijwilliger nauw betrokken was bij het vluchtelingenwerk. Hij zag de potentie onder statushouders met een nautische achtergrond en kende de enorme tekorten in de binnenvaart.


Badkuipmodel
Yahya Bitar is net terug van twee weken varen. Hij mag dan misschien wel een ervaren zeekapitein zijn met vijf jaar zeevaartschool in het Egyptische Alexandrië, maar moet hier op zijn stageschip aan boord ónderaan beginnen: met simpele klusjes in de machinekamer. Om vervolgens weer op te klimmen naar kapitein. “Het badkuipmodel”, zo noemt begeleider Soeteman dat. In de komende weken verwacht Bitar in de stuurhut te leren varen. Hij is in 2014 in zijn eentje naar Europa gevlucht en mocht een jaar later zijn vrouw en dochtertje laten overkomen. Inmiddels heeft het gezin ook een zoontje van twee: Saïd.


Ali Maswy is drie jaar geleden naar Nederland gekomen, in een gezin met een oudere broer en een jongere zus. “Mijn droom is kapitein te worden in Nederland. Met mijn containerschip wil ik door heel Europa varen”, vertelt hij enthousiast. Hij zegt er direct bij, dat het oorspronkelijk zijn vaders droom was. Maar door alle oorlogen in het Midden-Oosten is die nooit in staat geweest om de zeevaartschool in Egypte te bezoeken. Ali voer vooral op de Zwarte, Rode en uiteraard de Middellandse Zee. Nog een voorbeeld: Ali’s oudere broer van 28 jaar is weliswaar werktuigkundige/machinist, maar heeft nog een grote taalachterstand.


Werk is toekomst
Erik Soeteman: “Het gaat veelal om goed opgeleide personen die hier graag een nieuw bestaan willen opbouwen. Werk betekent toekomst, maar meestal zitten ze als statushouder nog in een AZC of thuis in een afwachtende fase”. Na een praktijkopleiding van minimaal zestig vaardagen, afgesloten met een examen kan het diploma binnenvaartmatroos worden behaald. Tevens krijgen de deelnemers een persoonlijk opleidingsplan aangereikt, waarbij na minimaal één tot maximaal vier jaar varen en studeren zicht is op het behalen van het uiteindelijke schippersdiploma. Vanaf het begin wordt er overal gewoon Nederlands gesproken: “We gooien ze direct in het diepe”.


Elke vrije week tussen het varen door, krijgen de cursisten theorieles. Die opleiding wordt slechts ten dele aangereikt door het Rotterdamse Scheepvaart en Transport College (STC). Minstens even belangrijk - zo noemt Soeteman dat: de aanvullende kennisoverdracht voor het overbruggen van de cultuurverschillen, de zogenoemde soft skills. Deze lessen worden gegeven door de samenwerkingspartner van Working Future, Quirine Veth. “Het is een communicatietraining, waarbij we de cursisten ingewikkelde onderwerpen leren, als samenvatten, herhalen en elkaar feedback geven en ontvangen”, vertelt Soeteman.

Tot slot: “Daarbij komt onder meer ook conflictbeheersing om de hoek kijken. In Nederland zijn we erg open en direct, vergeleken met andere culturen. Daarom is het belangrijk om aan deze onderwerpen aandacht te besteden. Daarbij zullen ook de begeleiders aan boord worden gecoacht in het begeleiden van de statushouders".

 

 

leaderboard