Overslaan en naar de inhoud gaan
Schipperszoon Rogier is terug op het water
Rogier Fernhout op zijn Triton: “Je krijgt een kans om je af te vragen wat je nou zelf belangrijk vindt”. Foto Heere Heeresma jr.

Schipperszoon Rogier is terug op het water

Terug op het water, kijkt Rogier Fernhout ook terug op zijn jeugd in de binnenvaart en de redenen waarom hij voor een ander leven koos.

HEERE HEERESMA JR.

Sinds mei 2019 is Fernhout (1974) eigenaar en bewoner van de tjalk Triton. Voor de schipperszoon betekent dit een terugkeer naar het water, sinds hij na het internaat koos voor een leven buiten de binnenvaart.

Na zijn scheiding begon het water weer te trekken. “Je krijgt een kans om je af te vragen wat je nou zelf belangrijk vindt”. Rogier begon rond te kijken naar een schip om op te wonen, bestookte familie en vrienden met foto’s van tjalken en klippers,in de overtuiging dat die hem ging worden. Het duurde zeven jaar voordat hij de Triton tegenkwam, maar toen was het ook meteen raak.

“De vorige eigenaren, Elskarin Klarenbeek en Anne Kooistra, hebben het ingetimmerd zoals ik het zelf wil”. Wat Rogier direct aansprak, was dat van het ruim een doorlopende woonruimte was gemaakt. “Het is een drijvend appartement van maar tachtig vierkante meter. Als je er heel veel schotten en deuren in maakt, wordt het erg klein en donker. Dat wilde ik per se niet”. Niet onbelangrijk was dat hij aan boord van een kant-en-klaar schip stapte.

“Het vergt veel onderhoud, zo’n schip. Daar acht ik me wel toe in staat. Maar om zo’n schip in zo’n staat te brengen, daar heb je wel wat voor nodig qua tijd, geld en kunde. De vorige eigenaren zijn timmervrouw en tuiger van beroep. Ze hebben het schip helemaal afgetimmerd en technisch honderd procent gemaakt en er fanatiek mee gezeild. Je ziet heel veel van dit soort projecten stranden. Er liggen heel veel onaffe projecten op werfjes of in de tuin van mensen met veel enthousiasme maar te weinig budget, te weinig kennis of te weinig tijd. Vaak ontbreekt er een van die drie dingen”.

Rogier heeft de Triton mede kunnen kopen dankzij crowdfunding. “Het financieren van dit soort schepen, daar werkt geen enkele bank meer aan mee. Als charter misschien nog wel, maar niet als woonschip”.

SCHIPP

Stoomorgel

De Triton (19,98 x 4,80 meter, 115 vierkante meter zeiloppervlak, 100 pk Daf 575) werd in 1896 bij De Goede in Zwartsluis gebouwd als de Vrouwe Rikje voor schipper Van Heuvelen. Sinds 1916 heette het schip Gelria. In 1930 werd het schip verkocht aan schipper De Jager en kreeg de naam Gezina. Het schip voer onder andere voor kermisklanten met een stoomorgel. In de Tweede Wereldoorlog werd de Gezina door de Duitsers in beslag genomen en tot zinken gebracht. Na de oorlog werd zij met overheidssubsidie gelicht, maar de subsidie was ontoereikend om het schip weer in de vaart te brengen.

Er werd een woonark op gebouwd en het schip heeft van 1946 tot 1979 in de jachthaven van Kampen gelegen. Hierna volgden diverse eigenaren elkaar op. In 1983 werd zij bij het Kadaster te boek gesteld als Vrouw Rikje, de naam die zij droeg toen Rogier haar kocht. Hij hernoemde haar in Triton.

De Triton staat geregistreerd bij de Landelijke Vereniging voor Behoud van Historische Bedrijfsvaartuigen en Rogier ziet zich als de tijdelijke beheerder van het schip die haar ooit het liefst wil doorgeven aan zijn kinderen en anders aan een liefhebber.

Ooit zeilde hij met een 17-voeter op de Noordzee, maar zeker vijftien jaar heeft hij niet meer gevaren. Om met de Triton te mogen varen, heeft Rogier zijn Klein Vaarbewijs moeten halen. “Cum laude! zegt hij er trots bij. Als schipperszoon heeft hij nooit zijn papieren gehaald; het stond voor hem vast dat hij een andere richting opging.

Spoorboekje varen

Rogiers ouders komen uit binnenvaartfamilies; hun laatste schip was de 85-meter Mira, tegenwoordig de Desafio. Zijn ouders stimuleerden het zeilen bij Rogier. “Overal waar we voeren, gooide mijn vader me met boot en al overboord. Ik heb mezelf leren zeilen”. In zijn beroepskeuze liet zijn vader hem echter vrij. “Mijn vader zei altijd: ‘Als je kan leren, ga alsjeblieft leren. De romantiek waarom ik begonnen ben als schipper, die is wel over. Het wordt spoorboekje varen, begin er maar niet aan’. Vijfentwintig jaar geleden zag hij dat al”.

Na internaat de Sterreschans in Nijmegen, waaraan hij goede herinneringen heeft, deed Rogier de HTS Waterbouw. Hij ging de bagger in, eerst internationaal bij Boskalis, later nationaal bij Van Oord. Hij werkte aan grote projecten als de HSL en de Betuwelijn. Vervolgens werkte hij bij Havenbedrijf Moerdijk. Tegenwoordig verhuurt hij zich als projectleider of vergelijkbare functies in de civiele techniek. Op dit moment legt hij voor Tennet een hoogspanningsleiding tussen Rotterdam en Amsterdam aan.

Hoewel hij als schipperskind op internaat al jong veel vrijheid en verantwoordelijkheid genoot, ervoer hij ook de beperkingen van het varend bestaan. “Enerzijds is je wereld heel groot - je vaart heel Europa door - en anderzijds is het een klein en veilig coconnetje. De weekenden die ik boeken lezend in de roef heb doorgebracht omdat we ergens in the middle of nowhere lagen, zijn legio. Fijne weekenden, maar je beleefde niet zoveel. Als je aan boord zit, bepaalt de reis wat je doet en ik wilde meer van Europa zien en ook wel verder”.

“Op mijn achttiende haalde ik direct na mijn autorijbewijs mijn motorrijbewijs. En vandaar dat baggeren; ik ging naar Afrika en Singapore”. Ironisch genoeg zit hij nu weer op een van de oudste typen binnenvaartschepen. “Ik wil niet mijn geld verdienen met varen, maar ik wil wel aan boord wonen”. Dat hij nu op een tjalk woont, sluit wel aan bij zijn vaders schippersromantiek. “Vroeger waren schippers handelaren, die in Drenthe turf en stront gingen halen en als goud verkochten in de Randstad. Die handelsgeest zit er een stuk minder in, tegenwoordig. Het zou mooi zijn als dat terugkwam, maar ik denk niet dat dat kan”. 

leaderboard