Overslaan en naar de inhoud gaan
Rederij Lampedusa is een bijzonder Amsterdams rondvaartbedrijf, dat werkt met voormalige bootvluchtelingen en vaart ook zelf met vluchtelingenboten.
Moe op de Alhadj Djumaa, een van de drie boten van Rederij Lampedusa. “Als je blauwe verf aan de bruggen ziet, dan komt die van mij”. Foto Heere Heeresma jr.
Ex-bootvluchtelingen vertellen aan boord hun verhaal

‘Ik kon sterven, maar ook een toekomst krijgen’

Rederij Lampedusa is een bijzonder Amsterdams rondvaartbedrijf, dat werkt met voormalige bootvluchtelingen en vaart ook zelf met vluchtelingenboten. Hier het verhaal van Moe Al-Masri, een van de schippers.

HEERE HEERESMA JR.

Moe Al-Masri (1991) kwam in 2015 als Syrische vluchteling naar Nederland en werkt als schipper en verhalenverteller bij Rederij Lampedusa, die met rondvaarten het verhaal van de immigratiegolf in Amsterdam wil vertellen. De vloot bestaat uit drie vluchtelingenboten die van het Italiaanse eiland Lampedusa zijn gehaald.

Moe, die een opleiding business administration in hospitality management volgt, leerde varen op een van de boten van Rederij Lampedusa, de Hedir, een blauw geschilderd bootje van maar 6,5 meter. “De schipper van wie ik leerde varen, liet het je zoveel mogelijk zelf uitzoeken. Als je blauwe verf aan de bruggen ziet, dan komt die van mij”. Moe’s enige nautische ervaring was de overtocht op een overvolle rubberboot van Turkije naar Lesbos.

In 2011 brak in Syrië de volksopstand tegen de dictatoriale president Bashir Al-Assad uit. Als 19-jarige jongen in Damascus dreigde Moe voor het leger van Assad te worden opgeroepen. “Ik wilde niet vechten voor iemand als Assad. Voor niemand, trouwens. Ik ben een pacifist. Daarbij is mijn familie soennitisch en dat betekende dat ik naar het front zou worden gestuurd. Ik had twee opties: andere mensen doden - en dat wilde ik absoluut niet - of gedood worden. En dat wilde ik ook niet”.

Een derde optie was vluchten, en in 2012 vluchtte Moe dan ook naar Libanon. Zijn familie kwam hem achterna, maar in Libanon voelden ze zich niet veilig voor de sji’itische militie Hezbollah, bondgenoot van Assad. In 2013 trokken ze door naar Jordanië. Daar wachtte Moe een leven van nietsdoen: “We hadden geen rechten in Jordanië en konden elk moment naar Syrië worden uitgezet. Ik kon niet werken of studeren, voelde me nutteloos”.

Grachten

Moe raakte in een depressie, at amper meer met zijn familie en zat op zijn kamertje films te kijken. “Op zich goed, want zo verbeterde mijn Engels”. In 2015 besloot hij naar Europa te vluchten en asiel aan te vragen. Wat betekende Europa voor hem? “Amsterdam! Op mijn vijfde zag ik een film, Hammam in Amsterdam. Een Egyptische comedy over een Arabische jongen die bij zijn oom in Amsterdam gaat wonen. De meeste indruk maakten de grachten van Amsterdam. Door Damascus loopt de rivier Barada, maar ik heb er nooit water doorheen zien stromen”.

Voor Moe werd Amsterdam synoniem met de Westerse wereld. “Als iemand Kopenhagen, Berlijn, Washington of Oostenrijk zei, zag ik beelden van Amsterdam uit die film”. De enige manier om Europa te bereiken, was vanaf Turkije naar een van de Griekse eilanden te varen. Dat betekende mensensmokkelaars betalen en een gevaarlijke oversteek maken in een klein bootje.

Was dat niet onverantwoordelijk? “Het meest verantwoordelijke wat ik kon doen, was onvoorzichtig zijn met mijn leven. Ik was mijn land en mijn volk al kwijt, ik had niks meer te verliezen. Ik moest onvoorzichtig zijn om een toekomst te hebben. Ik kon sterven, maar ook een toekomst krijgen”.

Rubberboot

Moe vloog van Jordanië naar Istanboel en toog naar de kustplaats Izmir. Op het centrale Basmanehplein hoefde hij alleen maar zijn hand op te steken om met mensensmokkelaars in contact te komen. Er bleek een geolied systeem te bestaan, met zelfs een soort ‘niet goed, geld terug’-garantie. De overtocht naar Lesbos kostte 1100 dollar en 50 lira voor het bemiddelende kantoortje.

Drie dagen later, op 25 juli 2015, ging hij met 87 andere vluchtelingen, onder wie elf kinderen, aan boord van een kleine rubberboot met buitenboordmotor. De volwassenen zaten op de rubberen rand, één been buiten-, één been binnenboord. Kinderen en bejaarden zaten in het midden. Sommigen droegen een reddingsvest van 80 dollar, die van Moe kostte er vijf. Eén van de vluchtelingen zou de boot besturen. Omdat die bij aanhouding als mensensmokkelaar zou worden vervolgd, hoefde hij de echte smokkelaars maar 300 dollar te betalen.

Bij maanlicht, windstil weer en een kalme zee werd de Turkse kust verlaten. Het doel was het rode licht op de verkeerstoren van het vliegveld van Mitilini. Doordat de boot achterover helde, kon de schipper het licht niet zien. Opvarenden riepen koersaanwijzingen, maar de schipper kon nauwelijks zijn koers houden. Iets naar rechts was een volle cirkel rechtsom, links idem dito. Het lawaai van de motor en het geschreeuw werden hem teveel.

Gashendel

Toen ze een flink eind uit de kust waren viel hij flauw en de motor, omdat hij de gashendel had losgelaten, stil. Paniek. Vrouwen die koranverzen begonnen te jammeren. “We gaven hem water, deden stukjes koek onder zijn tong, omdat we aan suikerziekte dachten”, vertelt Moe. Het startkoord van de motor zat vast en niemand wist hoe een buitenboordmotor werkte. De radiostilte werd verbroken en de smokkelaars werden gebeld. Die hadden geen beter advies dan hard aan het koord trekken.

“Gelukkig was er een jongen aan boord uit noordoost-Syrië, waar ze nog veel elektriciteit met generators opwekken. Hij is in zee gesprongen en naar de achterkant gezwommen en heeft het startkoord losgekregen”. Een man uit de Syrische kustplaats Latakia bood zich als nieuwe schipper aan, op voorwaarde dat niemand aan de autoriteiten zou vertellen dat hij de schipper was. Er voltrok zich een scène uit de film Spartacus. ‘Ik ben de schipper!’ riep iemand. ‘Ik ben de schipper!’ riep een ander.

Tegen het ochtendkrieken kwam de kust van Lesbos in zicht. “Het eerste wat we zagen, was een oranje vlek op de gele rotsen: een reddingsvest. We waren zó gelukkig”. Toen viel de motor opnieuw uit; de brandstof was op. Opeens verscheen een klein bootje met een plaatselijke Griek. Hij wilde de buitenboordmotor hebben en bood in ruil wat brandstof aan om de kust te bereiken. Even later stond Moe op Europese grond.

“De jongen die de motor had gerepareerd, sneed met een mes meteen de boot kapot, anders kon de Griekse politie ons terugslepen naar Turkse wateren”. De eerste etappe naar Amsterdam – of Mokum, zoals Moe nu al zegt – zat erop.

 

www.rederijlampedusa.nl

leaderboard