Overslaan en naar de inhoud gaan

Halve eeuw oud scheepswrak 'Trio' in de Schelde met geheimzinnigheid omgeven

Op een zandbank in de Schelde, vlakbij de Antwerpse Linkeroever en Kennedytunnel, ligt buiten de vaargeul al vijftig jaar het wrak van het binnenvaartschip Trio - dat daar in een hevige winterse storm in de nacht van 20 op 21 februari 1967 verging.

JAN SCHILS

Daarbij kwamen de schipper, Pieter Jacobs (62) en zijn vrouw Florence (63) om het leven. Wanneer het laag tij is, kan men het totaal verroeste scheepswrak vanaf de Antwerpse oever duidelijk zien liggen aan de kant van het Waasland. Het wrak is in stukken gebroken, maar nog duidelijk als schip herkenbaar.

Het circa 45 meter lange schip (Kempenaar van 430 ton), dat met een lading zand op weg was naar de haven van Brussel, voer in de bewuste stormnacht met zijn zware lading met geopende luiken. Die zijn vermoedelijk ook de reden geweest dat het te zwaar werd en zeer snel zonk. Waarom het schip tijdens dit noodweer en in het holst van de nacht toch de Kattendijksluis had verlaten in plaats van beter weer af te wachten, is niet bekend.
Een collega-schipper zag de ramp zich die nacht rond drie uur vliegensvlug voltrekken. Tussen het moment dat hij de Trio in het oog kreeg en het schip vervolgens nauwelijks dertig meter van de wal in de golven verdween, verliepen volgens deze getuige slechts luttele seconden. De Gazet van Antwerpen meldde destijds dat duikers er enkele dagen na de ramp in slaagden de Trio op de bodem van de rivier te lokaliseren.

Raadsel

Het was de bedoeling om het wrak zo snel mogelijk te bergen omdat het in de vaarweg lag, aldus de krant. Maar wanneer, hoe en door wie dat precies gebeurd is, blijft na zovele jaren een raadsel. Wel wist genoemde krant drie maanden na de ramp te berichten dat de lichamen van het schippersechtpaar op 4 mei 1967 waren geborgen. Feit is dat het scheepswrak zelf nooit werd geborgen, maar wel naar een zandbank 500 meter verderop buiten de vaargeul werd gesleept, waar het geen gevaar meer opleverde voor de scheepvaart op de Schelde.
Rond deze scheepsramp heerst vijftig jaar later nog een portie geheimzinnigheid. Een aantal logische vragen werd nooit gesteld - laat staan beantwoord, zegt Paul Verbraeken, journalist bij de Gazet van Antwerpen, die deze zaak nader onderzocht.

Aanvaring

Waarom werd de Trio nooit geborgen? Wilde niemand de verantwoordelijkheid nemen voor het gebeurde, laat staan het schip? Schrok men terug voor de bergingskosten? Waarom werd het schip pas vanaf 1981 vermeld op de kaarten van de hydrologische dienst? Het wrak hindert de gewone scheepvaart op de Schelde weliswaar niet, maar minstens een keer (en mogelijk vaker) kwam een plezierboot hardhandig met het wrak in aanvaring.
Waarom doet de overheid niets? Ook vraagt Verbraeken zich af waarom de stoffelijke overschotten van het schippersechtpaar niet meteen werden geborgen toen het schip naar de zandbank werd gesleept, maar pas drie maanden later...? En wat klopt er van het gerucht dat de familie uiteindelijk persoonlijk met een pleziervaartuig de lichamen van het schipperspaar zelf is gaan bergen, zonder dat de openbare instanties daarvan op de hoogte waren?
“Wat uiteraard verboden was”, merkt Verbraeken op. De familie zou daarvoor beboet zijn geweest, maar nergens was daarover bevestiging te verkrijgen. In die rampzalige nacht dat de Trio verging, trof hetzelfde lot ook een drietal andere schepen, waarbij twee doden te betreuren waren. Maar in die gevallen was van enige geheimzinnigheid achteraf geen sprake.

De Trio ligt er na vijftig jaar nog altijd. (Archieffoto: Joris Herregods)

leaderboard