Overslaan en naar de inhoud gaan
beati
Edouard en Marie-Christine kijken achterom op de brugvleugel van de Beati. Foto Heere Heeresma jr.
‘Maar allez, we zullen niks tekort komen’

Goede prijs voor kempenaar is problematisch

Dit wordt het jaar dat Edouard Courtois en Marie-Christine Moreel gaan stoppen met varen. Maar of ze hun 65-meter Beati voor een goede prijs kunnen verkopen, is de vraag.

HEERE HEERESMA JR

De Vlaamse Belgen Edouard Courtois (1955) en Marie-Christine Moreel (1955) zijn kinderen van spitsenschippers. De ouders van Edouard hadden de spitsen Espero en Mantaro, die van Marie-Christine de Alma.

Ze leerden elkaar als zoveel schippersparen uit het Gentse kennen in het uitgaansleven van de toenmalige schipperswijk Muide, waar in de staminees niet alleen Frans- en Engelstalig repertoire werd gedraaid, maar ook nog werd gedanst op de muziek van de musette.

Marie-Christine is achttien dagen ouder dan Edouard. “Het zijn historische data”, vertelt Edouard. “Zij is geboren op 10 mei, de dag dat de Duitsers in 1940 België binnenvielen, en ik op 28 mei, de dag dat België zich overgaf”. Ze hebben niet het probleem van schippersparen die jaren in leeftijd verschillen en dus niet tegelijk met pensioen kunnen gaan. “We hebben er speciaal op gelet”, grapt Edouard.

Als kleine kinderen gingen ze naar de nonnenschool; Edouard in Bottelare, Marie-Christine in Klein-Willebroek. “Het was een strenge katholieke opvoeding”, vertelt Marie-Christine. “Elke morgen naar de kerk”. Ze herinneren zich het gezamenlijke eten op lange banken in de refter. “Veel pap”, vertelt Edouard. “Een brij van dit en dat, de ene keer iets beter dan de andere”.

Later ging hij naar de schippersschool Jean de Brucq in Brussel. “Dat was iets aangenamer”. In die tijd waren Belgische kinderen tot hun veertiende leerplichtig en dat was de leeftijd waarop ze weer aan boord gingen. “We hadden allemaal de goesting om bij vader te gaan helpen aan boord”. Wilde niemand iets anders doen? “Nee, we waren niet verplicht van verder te studeren”, vertelt Marie-Christine.

Op zijn negentiende ging Edouard in militaire dienst bij de Derde Genie Bruggencompagnie. “Eerst een maand opleiding in Turnhout en dan naar de kazerne in Westhofen bij Keulen. We waren daar met verschillende schippersjongens en gingen samen naar de stad in onze vrije tijd”.

Toen hij op zijn twintigste weer bij zijn ouders aan boord kwam, was zijn vijf jaar jongere broer Armand net terug uit het internaat. Daarom kocht hun vader er voor Edouard een spits bij, de Beati. “Zo noemde de vorige eigenaar hem al. Het is Latijn voor ‘de gelukkige’. De letters stonden er mooi opgelast en de naam stond mij aan, dus ik liet het zoals het was”. Edouard voer twee jaar met zijn broer, tot hij trouwde met Marie-Christine.

Aangevaren

De tijd op hun eerste Beati herinneren ze zich als een gelukkige. Ze voeren over de toer en kenden qua werk goede tijden, maar lagen ook wel wekenlang in Frankrijk te wachten tot de oogst van het land kwam. Een keer lagen ze meer dan een maand in Conflans-Sainte-Honorine met een heleboel spitsen naast elkaar. Een schipper had een tafelvoetbalspel - een ‘kickerspel’ in het Vlaams - op de luiken gezet en de schippers speelden door, tot diep in de zomeravond - bijgelicht door een lamp aan een bezemsteel. Ze vonden het een gezellige en meer ontspannen tijd dan nu.

Ze bleven tot 1986 op hun spits varen, maar toen er kinderen kwamen - een dochter en een zoon - moest er een groter schip komen. “Dan hadden we de twee kinderen in de weekenden”, legt Marie-Christine uit. De spits werd aan een Waalse schipper verkocht, die er nog een tijdje mee voer en er tegenwoordig op woont in de voorhaven van Gent. “Het schip is niet omgebouwd, dus hij zou het kunnen verkopen als vrachtschip”, zegt Edouard.

Als vervanger voor de spits kochten ze de 65-meter Augusta 3, die ze eveneens Beati noemden. Ze werd in 1964 als kempenaar van 51 meter gebouwd bij De Durme in Tielrode en in 1973 met veertien meter verlengd. Twee DAF’s van 250 pk drijven twee schroeven aan en het laadvermogen is 792 ton.

Toen ze het schip in 1986 kochten, had het nog een bouteur, een koproer. Op een dag in maart 1989 stond Marie-Christine voorop aan de bouteur, toen de Beati bij het uitvaren van het Hansadok in Antwerpen werd aangevaren door een grote tanker. De tanker raakte de Beati onder een hoek van 90 graden aan bakboord op de kop.

Marie-Christine viel aan stuurboord overboord, waarna de lege Beati over haar heen voer. “Ik ging als een tol rond, ze heeft ongelooflijk geluk gehad”, zegt Edouard erover. “Hij heeft een boei gesmeten en een duwerke heeft me eruit gehaald”, vertelt Marie-Christine. Een sleepboot, dus. Nog datzelfde jaar lieten ze bij de Gerlien van Tiem een roosterboegschroef inbouwen.

Verkopen

Edouard en Marie-Christine hebben zich voorgenomen om dit jaar met varen te stoppen. Voor hun jaargang gaat het Belgisch wettelijk pensioen in, op 65 jaar of na 45 jaar werken. Omdat Edouards militaire dienst als werk meetelt, gaat zijn pensioen dit jaar in. “Mijn broer is vijf jaar jonger, dus die zal tot 66 moeten doorwerken. En in 2030 wordt het 67”. Ze zijn al een paar jaar aan het afbouwen en liggen in de zomer en de winter anderhalve maand stil, waarvoor ze een ligpolis hebben afgesloten.

Dat ze nooit een groter schip hebben gekocht, komt omdat ze geen opvolger hebben. In België ziet men onder jonge mensen nog minder animo om op een kleiner schip te varen dan in Nederland. “Mijn grootste zorg is mijn schip verkopen; dat is problematisch”, vertelt Edouard. “In Gent en Antwerpen liggen veel kempenaars die niet verkocht raken. Nochtans kan je zo’n schip makkelijk in vijf jaar terugverdienen”.

Ook de Beati zal tussen de te koop liggende kempenaars in Gent komen te liggen. “Zo triest is het. En als je de tarieven hoort van de schepen die verkocht worden, daar word je ook niet vrolijk van”, aldus Edouard. "Maar allez, we hebben er goed mee verdiend; we zullen niks tekort komen”. 

 

leaderboard