Overslaan en naar de inhoud gaan
binn
Archieffoto Rijkswaterstaat

Binnenlands vervoer per schip duurder, internationale transporten goedkoper

Verladers die hun vrachten over korte afstanden vervoeren, worden dit jaar weer geconfronteerd met een kostenstijging van de binnenvaart. Het tekort aan arbeidskrachten en de bijbehorende hoge vergoedingen aan personeel, alsmede hoge kosten voor reparatie en onderhoud door drukte bij de werven zorgen hiervoor.

Tegenover de kostenstijgingen op korte afstanden staat echter dat transport over de lange afstanden juist goedkoper wordt door lagere brandstofprijzen, ondanks bovengenoemde ontwikkelingen. Dit en meer blijkt uit de kostenrapportages voor de binnenvaart die recent zijn geactualiseerd door Panteia in opdracht van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB).

In het voorbije jaar werd binnenvaartvervoer duurder. Dat was niet alleen het gevolg van langdurige lage waterstanden, waardoor schepen soms maar een kwart van hun laadvermogen konden benutten, maar ook door een structurele kostenverhoging. Uitgaande van belading onder normale waterstanden, lag de kostenstijging in 2018 voor de binnenvaart tussen de +2,6 en +5,6 procent ten opzichte van 2017. Bij het vervoer van bouwstoffen werd een kostenstijging van +2,8 tot +4,3 procent waargenomen.

Brandstofprijzen

De kostenstijging is vooral het gevolg van toenemende brandstofprijzen, die in 2018 stegen met 10,3 procent. De grootste stijging in kosten is dan ook te zien bij schepen die relatief veel vaaruren maken (continue vaart). Bij deze schepen is het aandeel van brandstofkosten in de totale exploitatiekosten groot. Het gaat dan vooral over tankvaart en duwvaart. Als de brandstofkosten buiten beschouwing worden gelaten, varieerde de kostenstijging tussen de +1,0 en +2,8 procent, als gevolg van hogere reparatie- en onderhoudskosten en duurdere arbeid.

Voor het komende jaar wordt geen significante verhoging van de kosten verwacht. De kostenontwikkeling varieert van een daling van -2,9 procent tot een stijging van de kosten met maximaal +1,4 procent. Ook in het bouwstoffenvervoer ziet men een dergelijke kostenontwikkeling: van een kostendaling van -0,9 tot een kostenstijging van +1,1 procent.

De kostenontwikkeling wordt vooral beïnvloed door dalende brandstofprijzen (-9,2 procent) en sterk stijgende kosten voor arbeid, verzekering en onderhoud. Wel zien de onderzoekers een verschil tussen de kostenontwikkelingen op de korte afstanden en voor de lange afstanden. Bij vervoer over korte afstanden zijn de arbeidskosten veelal bepalend voor de uiteindelijke prijs van het vervoer, terwijl bij langere afstanden het aandeel van de brandstofkosten in de totale bedrijfskosten juist toeneemt.

Arbeidskosten

De arbeidskosten stijgen al jaren in de binnenvaart door het toenemende personeelstekort. Dit geldt eveneens voor reparatiekosten: de ordeportefeuille bij werven is goed gevuld en schepen die willen repareren, zullen daar geconfronteerd worden met een kostenverhoging. Tot slot nemen ook de verzekeringskosten toe, doordat het afgelopen jaar meer schepen averij hebben opgelopen door de langdurige lage waterstanden. 

In de binnenvaart wordt gebruik gemaakt van diverse contractvormen. Binnenvaartondernemers die hun schip verhuurd hebben of langdurige vervoerscontracten kennen, krijgen een brandstofopslag op de vervoersprijs afhankelijk van de hoogte van de brandstofprijzen. Voor hen is de kostenontwikkeling exclusief brandstof van belang. Daar zien we voor het komende jaar een duidelijke kostenstijging: van minimaal +2,4 tot maximaal +3,3 procent.

Rapporten

In samenwerking met het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart worden de rapporten beschikbaar gesteld. De rapporten kunnen worden besteld via de webshop van Panteia, via e-mail (w.mars@panteia.nl) of per telefoon (079 322 23 89).

STAATJE

leaderboard