Na 34 jaar wisseling van de wacht bij IVR

23-12-2019

Na 34 jaar wisseling van de wacht bij IVR

Theresia Hacksteiner, al vele jaren algemeen secretaris en het gezicht van de IVR, neemt eind van dit jaar afscheid. Zij wordt opgevolgd door Frouwke Klootwijk-de Vries. Wij zochten beiden op en bespraken met hen het verleden, heden en toekomst van de binnenvaart en de rol die de IVR daarin heeft gespeeld en blijft spelen.

WILFRIED VELDHUIJZEN

Gevraagd naar een korte loopbaanschets is mevrouw Hacksteiner snel klaar. Zij trad in 1985 in dienst van wat toen nog voluit de ‘Internationale Vereniging het Rijnschepenregister’ heette en zij is de IVR dus ruim 34 jaar – waarvan de laatste twintig jaar als secretaris-generaal – trouw gebleven. Daarnaast is Hacksteiner sinds de oprichting in 2001 ook secretaris-generaal van de Europese Binnenvaart Unie (EBU).

“Deze twee organisaties zijn complementair aan elkaar. De EBU is de Europese lobby-organisatie van de binnenvaart en brengt als zodanig inhoudelijk meer politiek lobbywerk met zich, terwijl de IVR zich richt op de juridische en technische aspecten ten dienste van de binnenvaart”, licht zij deze combinatie van functies toe.

Het werk bij EBU blijft Hacksteiner overigens gewoon doen, zij gaat dus nog niet met pensioen. Zij was verder nauw betrokken bij de oprichting van het European Inland Waterway Transport (IWT) Platform. Bovendien heeft zij namens de EBU zitting in het bestuur van de Stichting Green Award.
Vanuit de IVR heeft zij tevens in 2004 samen met de door de IVR erkende scheepsexperts en de in de IVR vertegenwoordigde verzekeraars in Nederland de Stichting ‘Nederlands Bureau Keuringen Binnenvaart’ (NBKB) opgericht.

Dit was een gevolg van de privatiseringsgolf in die jaren in Nederland waardoor de officiële overheidskeuringen van binnenvaartschepen aan de markt werden overgedragen. Als directeur heeft zij samen met de betrokken partijen de mandatering van deze stichting door de overheid gerealiseerd waardoor NBKB sinds 2014 zelf namens de minister de officiële certificaten van onderzoek mag afgeven.
Mr.drs. Frouwke Klootwijk-de Vries studeerde Nederlands recht en bedrijfseconomie. Hiervoor werkte zij acht jaar aan de Erasmus Universiteit, onder andere als onderwijscoördinator van de Engelstalige masteropleiding ‘Maritime & Transport Law’. “Door mijn werk aan de Erasmus School of Law had ik het voorrecht om inzicht te krijgen in de transportsector en de mogelijkheid om daarin een groot netwerk op te bouwen. Ik krijg nu de kans om mijn passie voor transportrecht (in het bijzonder op het gebied van de binnenvaart) binnen de IVR voort te zetten”. Klootwijk is bij de IVR meteen begonnen met het bijwonen van het IVR-colloquium in Belgrado en ook bij de onlangs gehouden CESNI bijeenkomst in Straatsburg heeft zij de IVR al vertegenwoordigd. “Die reizen zijn belangrijk om de sector en zo veel mogelijk mensen te leren kennen”, beschrijft zij haar start. “De binnenvaart is efficiënt vervoer en er zijn volop kansen in de Europese transportsector”.

Rijn-Donau-unificatie
Na deze korte voorstellingsronde volgde een terugblik op de afgelopen 34 jaren en de belangrijkste zaken en wapenfeiten die Hacksteiner met de IVR in die tijd heeft bereikt. “Voor mij is een van de belangrijkste zaken die er in de afgelopen decennia zijn gerealiseerd de unificatie en het samensmelten van de regels en wetgeving in het Rijnstroomgebied met die in de Donaulanden”, zegt de vertrekkende secretaris-generaal. “Het CMNI, het verdrag voor goederenvervoer via de binnenvaart geldt nu immers ook in de Oost-Europese landen”.

Zij weet waarover zij praat, want in de beginjaren van haar IVR-carrière was het wel anders: het ‘IJzeren Gordijn’ was nog gesloten en het Main-Donaukanaal, de verbinding tussen de stroomgebieden van de Rijn en de Donau, was eveneens nog niet geopend. “Wij zijn dit unificatieproces begonnen met bijeenkomsten met vertegenwoordigers van de Donaulanden die hun regelgeving op die terreinen op één velletje papier konden samenvatten”, illustreert Hacksteiner de lange weg van juridische aanpassingen, waarvan de meest recente belangrijke stap heeft geresulteerd in de inwerkingtreding per 1 juli 2019 van het nieuwe CLNI: het Verdrag van Straatsburg inzake de beperking van de aansprakelijkheid in de binnenvaart van 2012.

De IVR heeft haar harmonisatiewerkzaamheden gedurende vele jaren in de tijden van de toetreding van de Oost-Europese landen tot de EU door middel van colloquia en workshops, in het begin ook met support van de Europese Commissie gestalte gegeven Klootwijk haakt hierop in: “Het uitrollen van het nieuwe CLNI is nu de uitdaging. Overigens heeft Servië als eerste Oost-Europese land het verdrag geratificeerd. Dat is ook de reden dat het IVR-colloquium in Belgrado plaats vond. Maar ook de rest van Oost-Europa staat voor onze regelgeving open. Een aantal landen heeft bijvoorbeeld onze averij-grosseregels in hun wetboeken opgenomen”.

Een belangrijk verschil met het oude CLNI verdrag uit 1988, zo benadrukken de beide juristes, is dat het toepassingsgebied van het CLNI 1988 alleen de Rijn en de Moezel betrof, terwijl het CLNI 2012 voor alle dertien betrokken landen toepasbaar is. Met haar uitspraken ”De Donaucommissie werkt hard met ons samen” en “het netwerk van juridische experts strekt zich nu uit tot aan Oekraïne toe” onderstreept Hacksteiner nogmaals de nauwe samenwerking met de Donaulanden.
Gelet op deze goede resultaten stelt zich de vraag ‘is daarmee de missie voltooid ?’. “We hebben bereikt wat we wilden, maar de missie is nog lang niet voltooid”, geeft Hacksteiner ons en haar opvolgster te kennen.

Unieke organisatie
Beide dames wijzen ook op de unieke rol van de IVR in de Europese binnenvaart. De ledenlijst omvat niet alleen binnenvaartorganisaties, verzekeraars en scheepsexperts, maar ook advocaten, motorenfabrikanten en scheepswerven. “Samengevat is de IVR hét centrale aanspreekpunt voor al deze betrokkenen. Dat is het unieke aan IVR”, zegt Klootwijk daarover.

Hacksteiner wijst ook op de activiteiten van de IVR op het gebied van veiligheid en in het bijzonder de schadepreventie. “Een rij van experts, die ook voor de Londense verzekeringsmarkt werken, staat ons ter zijde. Onze schadepreventiecommissie beschikt over instrumenten waaruit analyses kunnen worden gemaakt die van belang zijn voor het voorkomen van schades. Het zijn soms simpele dingen, maar via onze motorenschaderegistratie kunnen wij veel voorkomen”. Klootwijk attendeert ons ook op de technische brochures die IVR uitgeeft en die ook aan schadepreventie bijdragen. Desgevraagd geven beiden aan dat de IVR op het gebied van duurzaam ondernemen geen actieve rol speelt. “Dat is een taak van andere instanties en organisaties in de binnenvaart, zoals de EBU”, merkt Hacksteiner daarover op.

De secretaris-generaal neemt dan wel afscheid, maar zij promoot nog met veel enthousiasme de producten van ‘haar’ IVR. Zo brengt zij de schependatabank van IVR onder de aandacht: “Dit is de oorspronkelijke taak van de IVR. Reeds vanaf de oprichting in 1874 – destijds als ‘Rheinschiffsregisterverband’ – is daaraan gewerkt, met de invoering van het IVR Certificaat van Deugdelijkheid en in 1879 reeds publicatie van het eerste IVR-Register”, zo schetst Hacksteiner het ontstaan van de vereniging. “In het begin werd alleen naar de deugdelijkheid en veiligheid van schip en bemanning gekeken. Later kreeg ook de lading aandacht van verzekeraars, die is immers ook niet onbelangrijk”, geeft zij met een glimlach de ontwikkeling weer.

Daarbij wijst zij ook op de rol die de Akte van Mannheim – tot stand gekomen in 1868, zes jaar voor oprichting van de IVR – heeft gespeeld. “Het verschil met de Donaureglementering is, dat de Akte van Mannheim verplichte regelgeving inhoudt, die ook als basis heeft gediend voor Europese regelgeving, terwijl de Donauregels een aanbevelende karakter hebben”, legt de ervaren juriste uit. Zij is uiteraard verheugd met het CESNI comité door de CCR van CESNI, het Europese comité voor de opstelling van standaarden in de binnenvaart: “Nu is er voor alle CCR en EU landen één standaard in ontwikkeling. Hier is echt een grote stap gezet!”
Daarnaast heeft de IVR met de oprichting van de Stichting NBKB ook na de privatisering van deze overheidstaak erop toegezien, dat de keuringen door de vrije markt op een uniforme en kwalitatief hoogstaande wijze worden uitgevoerd.

Topprioriteit
Met het 150-jarig bestaan van de IVR in het verschiet heeft Frouwke Klootwijk een duidelijk mikpunt aan de horizon. Echter gevraagd naar de toekomst en haar topprioriteiten in haar nieuwe functie noemt zij toch als eerste een extern agendapunt: “Voor mij heeft het ratificeren van het CLNI-verdrag door de betrokken landen topprioriteit. De unificatie en ratificatie van verdragen staat voorop”.  zegt de nieuwe secretaris-generaal stellig. “Maar ook de schadepreventie heeft zeker prioriteit. De IVR is daarin belangrijk met expertise uit de sector zelf. Wij moeten de ervaring bundelen en registreren” zegt Klootwijk.

Gevraagd naar eventuele belemmeringen bij registratie met het oog op (Europese) privacywetgeving geven de dames geruststellend aan, dat de IVR-databank zo is ingericht dat de eigenaren en/of exploitanten van de geregistreerde schepen te allen tijde toegang hebben tot hun eigen gegevens en indien gewenst hun data naar de buitenwacht toe kunnen blokkeren. “Het is een uniek internationaal register”, geeft Hacksteiner ons mee. Klootwijk geeft verder aan, dat marktobservatie en belangrijk thema is. “De markt moet meer ‘awareness’ krijgen”.

Binnenvaart heeft potentie
Tot slot namen we een blik in de verre toekomst met de vraag of de dames verwachten dat de Europese binnenvaart over 25 jaar nog steeds zijn vooraanstaande rol in het transport en de logistiek van Europa en de wereld zal spelen.

Hacksteiner zegt daarover: “Ik verwacht dan een nog sterkere positie van de binnenvaart. Deze modaliteit heeft nog veel potentie. Wel zal de infrastructuur moeten verbeteren en worden uitgebreid, bij voorbeeld met grote projecten als de Seine-Schelde verbinding. Het beleid van de EU en de Europese Commissie zal zijn om goederenvolume van de weg naar de binnenvaart over te hevelen. Ook veranderende goederenstromen spelen daarbij een rol, bijvoorbeeld van kolen naar container”.

Klootwijk voegt er aan toe dat het wel belangrijk is, dat juridische drempels worden weggenomen. Afsluitend geven beiden aan zeer content te zijn met de gelegenheid die het bestuur van de IVR hen heeft geboden om een viertal maanden nauw samen te werken en zo de zaken goed over te dragen. Maar begin 2020 gaan zich hun wegen scheiden, want Hacksteiner gaat de werkzaamheden voor de EBU dan in Brussel voortzetten.

Theresia Hacksteiner, al vele jaren algemeen secretaris en het gezicht van de IVR, neemt eind van dit jaar afscheid. Zij wordt opgevolgd door Frouwke Klootwijk-de Vries. Wij zochten beiden op en bespraken met hen het verleden, heden en toekomst van de binnenvaart en de rol die de IVR daarin heeft gespeeld en blijft spelen.

WILFRIED VELDHUIJZEN

Tags

GERELATEERD