Leo Lammers, eigenaar van scheepvaartbedrijf LVMH B.V., heeft het zwaar. Zijn grootste opdrachtgever, van wie hij nog veel geld kreeg, is failliet. Lammers dreigt in de ellende te worden meegesleurd. Er is geen geld om alle rekeningen te betalen. Lammers heeft privé geld in zijn bedrijf gestopt, maar ook het bunkerbedrijf, de werf, de boekhouder, een afloskapitein en nog vele anderen krijgen geld van hem. Lammers is ten einde raad en belt zijn advocaat mr Lex Specialis; hij is nog niet failliet, wie kan en mag hij betalen?
Bij het betalen van rekeningen zijn er verschillende situaties: de situatie waarin het bedrijf niet failliet is, er misschien mogelijkheden bestaan voor een doorstart, en de andere situatie waarin een bedrijf wel technisch gezien failliet is en niet meer te redden.
Als een bedrijf normaal gesproken zijn rekeningen niet betaalt, kunnen de schuldeisers hun vordering proberen te innen. Daarbij geldt: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Een schuldeiser die een onbetaalde rekening heeft en daarvoor beslag legt, heeft soms meer kans om zijn vordering betaald te krijgen dan iemand die afwacht. Let op: in geval van faillissement vervallen alle eerder gelegde beslagen.
Als de onderneming dichter bij een faillissement komt, veranderen de regels. Normaal gesproken staat het belang van het bedrijf en het voortbestaan van de onderneming voorop. Maar een onderneming die zo goed als failliet is, mag niet meer alleen aan zichzelf denken. Het voortbestaan van het bedrijf is niet meer het belangrijkste argument; het gaat er nu om dat alle schuldeisers zo eerlijk mogelijk worden betaald.
In deze tussenperiode is het denkbaar dat een bedrijf een doorstart kan maken en dat daarvoor bepaalde schuldeisers moeten worden betaald. Selectieve betaling is dan toegestaan, als het maar goed onderbouwd en gemotiveerd is.
Als de doorstart lukt, profiteren alle schuldeisers daarvan. Lukt het niet, dan zijn bepaalde schuldeisers bevoordeeld boven anderen. Helaas weet men pas achteraf of selectieve betaling tot het gewenste resultaat (voorkomen faillissement) geleid heeft of niet.
Als de ene schuldeiser wel wordt voldaan, maar de andere niet, kan dat onrechtmatig zijn. De vennootschap zal goed moeten kunnen aangeven wie waarom wel betaald wordt en wie niet. Betalingen aan dochtermaatschappijen of aan privé zijn in beginsel onrechtmatig, omdat de andere schuldeisers daardoor minder krijgen en het er al snel op lijkt dat men de eigen financiële belangen scherper in het oog houdt dan de belangen van de andere schuldeisers.
Het is voor het bestuur van de onderneming heel belangrijk om te weten hoe de financiële situatie van het bedrijf is, want op basis van deze gegevens worden beslissingen genomen. Zorg er daarom voor dat de administratie van het bedrijf op orde is en dat de accountant of boekhouder altijd wordt betaald. Als de administratie niet in orde is, heeft de curator een goed argument om te stellen dat een slechte administratie een van de oorzaken is van het faillissement. In dat geval kan de bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld worden.

