CPB optimistisch over toekomst binnenvaart

Foto ter illustratie

Het Planbureau voor de Leefomgeving presenteerde afgelopen week de toekomstverkenning WLO 2025. In deze studie bespreekt het PBL samen met het Centraal Planbureau (CPB) en het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) vier toekomstscenario’s voor Nederland 2040-2060. De onderzoekers proberen een beeld te schetsen van ons land in 2060 rekening houdend met de demografische ontwikkeling en de klimaattransitie, en in tegenstelling tot de uitgave van 2015 wordt deze keer wel de scheepvaart besproken.

Een blik in de verre toekomst is noodzakelijk om effectief beleid voor de fysieke leefomgeving te maken, maar door de onzekerheid van de toekomst is het maken van robuust beleid geen sinecure. Daarom publiceert het CPB iedere tien jaar een nieuwe studie naar de toekomst. Dit helpt beleidsmakers bij het maken van effectief beleid voor de toekomst. Er worden verschillende scenario’s opgesteld waarbij onderzoekers kijken naar verschillende demografische en economische voorspellingen.

De energievraag van de binnenvaart in Nederland daalt in alle scenario’s tussen 2018 en 2060. Deze daling is het resultaat van de ontwikkeling van de vervoersvolumes en de verbetering van de energie-efficiëntie van de binnenvaart. Maar ook de transitie naar andere aandrijftechnologie zoals batterij-elektrisch varen, zorgt voor een verdere verbetering van de efficiëntie. Elektrische aandrijftechnologie is aanzienlijk efficiënter dan de verbrandingsmotoren die momenteel dominant zijn in de vloot. Energietransitie in de binnenvaart betekent dat er in de toekomst gebruikgemaakt wordt van duurdere duurzame brandstoffen en dat voor het resterende gebruik van fossiele brandstoffen ETS2-rechten betaald moeten worden. Dit betekent dat de energiekosten voor de binnenvaart duidelijk zullen toenemen en dit zal een extra stimulans zijn om na te denken over alternatieven.

De sector is al relatief duurzaam in vergelijking met wegvervoer. Bij een volume van meer dan dertig procent is de binnenvaart verantwoordelijk voor slechts vijf procent van de uitstoot. De ontwikkeling en de precieze energiemix in de binnenvaart blijft echter onzeker. Er zijn meerdere oplossingsrichtingen in beeld voor vermindering van de klimaatimpact van de binnenvaart en welke dominant worden in welke segmenten van de vloot is op dit moment niet te zeggen.

Voor een succesvolle energietransitie moeten de raffinaderijen in de Rotterdamse haven worden aangepast om biomassa te verwerken tot vloeibare brandstoffen voor de Nederlandse markt en, zeker zo belangrijk, voor de export naar Duitsland. Wij zijn voor de klimaattransitie namelijk ook afhankelijk van onze oosterburen. Worden zij versneld klimaatneutraal, dan spelen wij daar ook een belangrijke rol in. De haven van Rotterdam is tenslotte het meest logische importpunt om de Duitse industrie te voorzien van goedkope grondstoffen.

GERELATEERD