Boetes en celstraf voor varend ontgassen

Het Gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep schippers en vervoerende ondernemingen in de binnenvaart veroordeeld voor varend ontgassen. De veroordeelden ontvingen geldboetes oplopend tot 20.000 euro of zelfs hechtenis. Tankschepen van deze ondernemingen waren in 2022, in strijd met de regels, varend aan het ontgassen in de open lucht en in de nabijheid van dichtbevolkte gebieden en onder bruggen. De betrokkenen waren eerder nog vrijgesproken maar zijn nu in hoger beroep toch veroordeeld. Een onderneming is tegen de veroordeling in cassatie gegaan bij de Hoge Raad.

Foto ter illustratie

Te vage regels
Varend ontgassen in sinds de zomer van 2024 verboden op de Europese binnenwateren maar in 2022 gold al een verbod op het ontgassen van zeer specifieke, extreem schadelijke stoffen zoals benzine en benzeen. Landelijke wetgeving was nog niet rond maar op basis van het Binnenvaartpolitiereglement was het al verboden om te ontgassen op plekken waar dit direct gevaar of hinder opleverde voor anderen zoals in dichtbevolkte gebieden, bij sluizen of onder bruggen. De rechter oordeelde oorspronkelijk dat de regels nog te vaag waren. Dit argument is nu door het Gerechtshof van tafel geveegd. Het Hof oordeelde dat schippers en vervoerende ondernemingen donders goed wisten dat het ging om schadelijke stoffen en dat het algemene verbod op uitstoot in kwetsbare gebieden zwaarder woog.

Verboden stof
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op de naleving van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs), het ADN (de Europese overeenkomst voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren), het Scheepsafvalstoffenbesluit en het CDNI (het Europees verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart). Het gerechtshof acht nu bewezen dat een van de veroordeelde vervoerders ook de Regeling Benzinevervoer heeft overtreden. Een of meer ladingtanks van het binnenvaarttankschip zijn ontgast van restladingdampen van benzine. Hiermee geeft het gerechtshof aan dat vervolging mogelijk is op basis van het algemene verbod op het ontgassen van een verboden stof.

E-Noses
Het ILT maakt voor het toezicht op het varend ontgassen gebruik van technische hulpmiddelen zoals de e-Noses, -de zogenaamde snuffelpalen-, drones en AIS-signalen om automatische schepen te kunnen signaleren, identificeren en te volgen. In het oorspronkelijke vonnis was de rechtbank nog kritisch over deze digitale neuzen. Zo stelde de rechter dat het onvoldoende was als enig bewijs omdat de sensoren meten dat er iets in de lucht hangt maar niet met zekerheid kunnen zeggen dat de specifieke stof op het exacte moment uit de tanks van een specifiek schip kwam, zonder dat er aanvullend bewijs is. Ook was er discussie of de ILT de data van e-Noses wel mocht koppelen aan AIS-gegevens om de vervuiler aan te wijzen. De verdediging vond dit een inbreuk op de privacy.

Volwaardig opsporingsinstrument
Het gerechtshof gaat hier dus niet in mee. Het Hof oordeelde dat de E-noses, in combinatie met AIS-signalen en andere feiten, wel rechtmatig als bewijs mogen worden gebruikt. Deze uitspraak is een enorme overwinning voor het ILT. Het betekent namelijk dat zij hun netwerk van snuffelpalen nu kunnen inzetten als een volwaardig opsporingsinstrument, vergelijkbaar met flitspalen voor snelheidsovertredingen.

ILT tevreden
Zonder de technologische hulpmiddelen is de handhaving op varend ontgassen erg moeilijk, terwijl varend ontgassen zeer schadelijk is voor omwonenden, de bemanning en het milieu. Daarom geldt het wettelijk verbod op ontgassen voor veel schadelijke stoffen. “Met het oog op het verbod op varend ontgassen is de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam voor de schippers en de vervoerende ondernemingen een belangrijk signaal”, aldus Kees Kievit, senior inspecteur gevaarlijke stoffen binnenvaart. “De ILT kan en zal met behulp van technische hulpmiddelen haar handhavende taak continueren en het e-Noses netwerk verder binnen Nederland gaan uitbreiden.

GERELATEERD